zondag 9 juli 2017

De uiteenspattende zeepbel...

Toen we het perceel van mijn oom gisterenavond op reden, viel me al op dat het geheel er uit zag als een uitdragerij. Bij daglicht was het nog erger. In eerste instantie waren het de honden die me bezig hielden, maar terwijl ik nog in de auto zat en piekerde of ik heel zou blijven bij het uitstappen, viel me de desolate toestand van het huis op.

In het vliegtuig hier naar toe, had ik nog stiekem gedroomd over een stinkend rijke oom met een kast van een huis en een prachtige tuin met boomgaard. Ik zag me al lui, heen en weer zwaaien in een hangmat genieten van een tropisch paradijsje. Men mag dromen nietwaar?

De dromen die ik had, spatten nu als een zeepbel uiteen.

Wat is dit in hemelsnaam voor zooitje?

Het perceel is een kale, dode vlakte met hier en daar een verdord stukje vegetatie. Achterin staan wel wat fruitbomen (lemmetje, mango en volgens mij iets van papaya), maar ze zijn niet ouder dan twee jaar. Net voor het huis staat een rigoureus gesnoeide boom en een auto die hier in Nederland als Total-loss zou zijn verklaard. Even verderop staat een zeecontainer – waarschijnlijk de container waar ooit mijn oom zijn huisraad mee verhuisd heeft hier heen – die ook niet al te best onderhouden is en daarnaast eenzelfde auto als voor de deur, die gebruikt is voor de onderdelen. Het is een groot stuk grond, maar er is echt niks wat ‘wauw’ zegt…

Panorama van het perceel van mijn oom... ik weet het even ook niet meer

Mijnheer Kibrifasi legt uit dat de amandelboom (de rigoureus gesnoeide boom) gezaagd moest worden op last van de politie. In Suriname is een dergelijke boom, zo dicht bij de voordeur, erg gevaarlijk. Rovers kunnen namelijk zich in die boom schuilhouden en op het moment dat je bij de voordeur bent er uit springen; vandaar dat die gekapt moest worden. De rest van de grond heeft hij ‘laten spuiten’, want het onkruid groeide behoorlijk. Een kaal perceel is belangrijk blijkbaar.

Ik kijk naar het bouwsel van grijze blokken. Dit object is dus een huis-in-aanbouw. Zo’n grijs, grauw ding waarvan ik er al talloze onderweg heb gezien. Ik kan me bijna niet voorstellen dat mijn oom dit als woonplek had. Maar het is toch écht zo.


Nu de deur door mijnheer Kibrifasi open is gemaakt, komt de weeïge geur die ik gisterenavond al rook sterker naar voren. Ik haal diep adem en stap het huis binnen… tijd om de feiten onder ogen te zien en te ontdekken welke man mijn oom werkelijk was…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten