dinsdag 27 april 2021

Sranan Kukru... lekkerrr, maar wel een uitdaging voor de smaakpapillen...

Normaliter is 'vakantie' voor mij ook een tijd dat ik niet in de keuken hoef te staan en mezelf verwen met veel 'uit eten'. En geloof me... in Suriname is er genoeg om van te genieten.

De Sranan Kukru is één van de meest diverse keukens die er is. Creools, Indonesisch, Chinees, Joods, Nederlands, Indiaas en de inheemse keuken. 

Wat - mij dan tenminste- opvalt is de extreme smaakuitersten. Het is of heel zoet, heel zout, heel bitter, heel zuur of heeeeeeeel pittig. Er lijkt niet die subtiele middenweg: je smaakpapillen krijgen het zwaar te verduren als je je onderdompeld in de Surinaamse keuken.

Ik ben absoluut geen fan van 'sopropo' ook wel de 'alsem-' of 'bitterpeer' genoemd. Ik vind deze veel te bitter. Ik heb hem zelfs in een duur restaurant gegeten in de hoop dat ik hem zelf misschien verkeerd had klaar gemaakt en hij stiekem wel lekker was... maar helaas... het ding is voor mij, wat voor andere 'koriander' is... een duivels ding dat ze beter niet hadden kunnen toepassen in de keuken. Overigens is de antroewa ook enigszins bitter, maar die is -voor mij- wel eetbaar... 

Zoet is verreweg - dacht ik- mijn meest favoriete smaak, maar ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik snak naar zout als ik de extreem zoete 'Dawet' drink. Ook het consumptie-ijs van bv Fernandez, bevat veel meer suiker of is zoeter dan Nederlands schepijs dat je koopt in de supermarkt. Als je denkt dat de 'Fernandez'-frisdrank zoet is in Nederland, dan moet je hem in Su laten staan, want je tandarts krijgt een hartverzakking qua hoeveelheid suiker die ze hier in stoppen... het is een wonder dat er geen gekristalliseerde suiker laag onderin de fles komt. Djelabies en wat nog niet meer zijn zoete lekkernijen waar het uiterlijk alleen al van schreeuwt: SUIKER!!! zoet!!!

Het zuurgoed is een ding in Su. ER zijn heel veel soorten (huisgemaakte) soorten inleg-in-zuur. Eigenlijk ontkom je niet aan het fruit-in-zuur of groenten-in-zuur bij een echte Sranan maaltijd. Ook bij je roti, je bara of wat dan ook, wordt altijd gevraagd of je er 'zuur' bij wilt. Vaak overigens gecombineerd met (heel!) pittig. ZO kocht ik ooit een potje 'birambi in zuur'.. op het eerste zicht gewoon zuurgoed, maar alleJ**Z***s... wat pittig (Faya!!!). En dan was ik al op mijn hoede door mijn eerste 'zuur-avontuur'...én ben ik inmiddels wel weer wat pittig gewend...

Heel pittig hoef ik denk ik niet uit te leggen. Zoals de 'Chinees' in Nederland vraagt of ergens sambal bij moet, zo vraagt een Surinaams eettentje of je er 'pepre' bij wilt. Als je dacht dat sambal heet was, dan geeft de Surinaamse 'pepre' je inzage in een nieuwe dimensie van pittig. Ik kwam er al diverse malen - ongewenst- mee in aanraking, immiddels ben ik een 'rare, voorzichtige Bakra' die nog steeds niet de écht Sranan Faya heeft leren eten, maar geloof me... voor een 'Tata' (patatje, of Nederlander) is het heet genoeg.  De Surinaamse keuken in Nederland is overigens vele malen gemener heet dan die Surinaamse keuken in Suriname. Gek genoeg. Mijn verklaring is dat men in Nederland nog een 'gedachte heeft aan' de Sranan keuken als 'heet' en hier steeds heter is gaan koken. 

In Suriname zijn er dingen die ik écht niet kan handelen.... maar er zijn veel dingen die 'net op het randje zijn' en die ik met een glas melk of Dawet (ik weet het, ik ben een watje) ... prima kan eten, maar in Nederland zijn veel van de in Suriname prima eetbare dingen voor mij op het niveau van 'oneetbaar'. Jammer, want het geeft een verkeerd beeld van de smaak-nuances die de Sranan Kukru heeft. Gerechten zijn erg genuanceerd van smaak als je ze niet 'killed' met te veel pittigheid. 

Zout is de laatste van de 'smaak extremen'. Eigenlijk zijn er twee 'zouten'... het zout van 'zoute vis' en 'zoutvlees'.... dat moet je eerst uitkoken, want anders is het niet eetbaar. OVerigens vind ik zoute vis zowieso, net als Sopropo een vreselijk iets. Ik snap dat men het houdbaar wil maken, maar het smaakt en ruikt gewoon (voor mij) naar rotte vis. Ik blijf er vér uit de buurt. Maar dat blijf ik ook van de "verse vis" die al een dag in 25+ graden hangt of in een smeltend-ijs-box ligt in de kraampjes langs de weg...Als je als 'Tata' een voedselvergiftiging wil oplopen (we zijn het immers niet gewend!!!) dan is je kans groot als je deze uitdaging aan gaat 

Daarnaast is er het zout van talloze snackjes en maaltijden. Het lijkt alsof de Sranan kukru zouter is dan de NL keuken. Toch is het zout belangrijk, want je zweet er ontzettend veel van uit gedurende de dag. Ik merk dat ik einde middag een ontzettende trek heb ik zoutigheid (als tegenhanger van zoetigheid). Het grappige is dat als je een Sranan gerecht qua hoeveelheid zout in NL maakt het veel te zout is, maar je hetzelfde gerecht in Suriname heerlijk vindt. Kijk je echter feitelijk naar de hoeveelheid gebruikt zout, dan is het net zo veel - of zelfs minder- dan in de NL-keuken. Dat zegt me dat men veel beter weet hoe gerechten te balanceren qua zout-en specerijen als in NL.

Maar... terug naar het koken. Zoals ik mijn blog begon... is over het algemeen mijn vakantie de tijd dat ik NIET kook. Maar in Suriname gaat het niet om korte vakanties... we zijn er vaak twee weken of - als ik mazzel heb- langer. Dan wil je op een gegeven moment 'eigen kost' 

Ik heb het geluk van een 'bijkeukentje' waar ik kan wokken e.d. zodat geuren niet in het huis komen. Ik kan dus een tussendeur dicht doen en de buitendeur open als ik kook (jajaja..daar moet nog diefijzer komen). Dus... nu ik twee jaar wat wenniger ben in Su wilde ik ook meer 'in-tha-stijl' koken.

Ik kocht dus het boek 'Muriëls Groot Surinaams' kookboek in de 'VACO' en leerde mijzelf wat gerechten eigen te maken. 

En zo was het dat ik op een middag 'Pindasupu' stond te maken in mijn keukentje ... en in de avond een stoof van kip.  Een kip die ik eigenhandig had gekocht op de wowojo (markt) op de Indira Ghandi weg. Sindsdien koop ik nog steeds wel maaltijden en gaan we relatief nog steeds best vaak uit eten, maar het aantal keren dat we "a oso" (thuis) eten is nu relatief groot...

Bijkeukentje met wokbranders

Pinda supu

Stoof van kip (jaja... a ben pepre dya!)


Voor diegenen die een paletje van de Surinaamse keuken willen ervaren.. .de volgende algemene gerechten geven je een redelijk spectrum :

  • Saoto  (yapenesi = indonesisch/Javaans)
  • Pindasupu (creools)
  • Dawet  (yapanesi)
  • Moksi meti (creools)
  • Moksi alesi (creools)
  • Bara (indiaas)
  • Pom (joods)
  • Roti (indiaas)
  • Chaauw ming met chauw sui (chinees)
  • Surinaamse Nasi (of Bami) (de 'fusion'/ crossover'  van Sranan, Chinees, Yapanesi)
  • Botervis met cassave (een sranan versie van 'fish en chips')
  • Barbeque kip en/of ribbetjes (geen idee van oorsprong)
  • Surinaamse worst  (geen idee van oorsprong)
  • Telóh (yapanesi) 
  • Heri Heri (van oorsprong een gerecht van de tot-slaaf-gemaakten met groene banaan)
  • Gebakken banaan (bakabana) MET pindasaus (zonder is NIET Sranan!!!) (yapanesi)

En dan voor die durven: Sopropo gerechten en 'Bère' 

Als je in de gelegenheid bent zijn er ook gelegenheden waar je 'inheems' kunt eten. Dat is veelal wild vlees en veel -avontuurlijk!!!- gefermenteerd of cassave. De inheemse keuken is - voor mij begrijpelijkerwijze- niet zo heel populair.

Voor de onwetenden: boomkip is geen kip, maar leguaan. waterkip is ook geen kip maar kaaiman. Waarbij de 'kaaimanburger' bij 'Uncies Bunker' wel weer een aanrader is....(ook de  'place to be' als je wat van rock- en metal houdt trouwens...).

zondag 11 april 2021

Erfgoed: Over kankan uma gesproken...

Afgelopen verjaardag kreeg ik van een - overigens zelf óók kankan uma- een mok met daarop 'kankan uma' gedrukt. Zij had het ding gezien op een site en moest aan mij denken.

Kankan uma betekent zoiets als 'sterke vrouw' of 'vrouw die van alle markten thuis is' of 'kan de hele wereld aan'. Er is ook een negatieve betekenis ("grote vrouw'), maar zoals vele dingen in Sranantongo is alles in context en in dit geval is het een positieve betekenis!

(even schaamteloze reclame: - Stimofo Strips  is echt een leuke site met leuke artikelen én leerzame dingen voor de 'kids')

De mok deed mij ook denken aan 'de vrije negerin Elisabeth'.  Als er één kankan uma was, dan was ZIJ het wel. 

Ik las twee  las twee romans van Cynthia MacLeod. Eén over de vrije negerin Elisabeth Samson en één over Mariënburg (en haar paiman). Door de omstandigheid konden we Mariënburg. als eigenlijk wel gepland, niet bezoeken. De meest bekende roman van MacLeod is 'hoe duur was de suiker', maar zij heeft vele romans meer geschreven die de moeite waard zijn om te lezen, waaronder die dus van de Vrije negerin Elisabeth.

Wij zagen we het huis van Elisabeth in Parmaribo. Het is werkelijk IN en INtriest hoe de eigenaar - de Surinaamse overheid- met dit pand omgaat (zie foto's).

Elisabeth was een iconisch figuur in de Sranan geschiedenis en haar 'erfenis' wordt schandalig behandeld!!  Ik kan hier zo, in en in, nijdig om worden! Waarom DOET men niks hier mee! HET icoon van het geluid tegen de koloniale repressie, maar ook HET voorbeeld van de hedendaagse Sranan uma die HET verschil kan maken no matter what! Ik zou zo graag dit pand in haar volle glorie herstelt willen zien! Niet alleen voor de strijd tegen kleur-ongelijkheid maar ook voor het symbool van girl-power en natuurlijk als markant historisch punt van Sranan voor het nageslacht!!! 

Gelukkig lees ik enkele jaren later (15 oktober 2020)  dat Cynthia McCleod het volgende...


Brunswijk ondersteunt verkoop huis Elisabeth Samson

15 Oct, 10:33
foto
Cynthia McLeod, voorzitter van stichting Elisabeth Samson Huis en vicepresident Ronnie Brunswijk. (Foto: Directoraat Volkscommunicatie)


Vicepresident (vp) Ronnie Brunswijk heeft Cynthia Maceod, voorzitter van stichting Elisabeth Samson Huis, meegedeeld dat de regering meewerkt aan de verkoop van het Elisabeth Samson huis op de hoek van de Wagenwegstraat en de Heerenstraat. In juni 2019 gaf de vorige regering groen licht voor de verkoop van het pand. Deze werd vertraagd nadat de notaris de partijen erop wees dat nog niet alle wettelijke kaders aanwezig waren voor de rechtsgeldigheid van de verkoop/koop. De huidige regering heeft volgens de vp tijdens de vergadering van de Raad van Ministers op 22 september, toestemming verleend om het pand te verkopen.

Tijdens het onderhoud met McLeod dinsdag is breedvoerig gesproken over de plannen van de stichting. Brunswijk heeft te kennen gegeven de kwestie weer op de agenda te plaatsen om het verkoopbedrag vast te stellen, meldt het Directoraat Volkscommunicatie. De stichting Elisabeth Samson Huis is bereid dit pand op te kopen en heeft als doel het gebouw te restaureren en in te richten conform de inventaris anno 1762. Dit zal volgens McLeod behalve bijdragen aan een prachtig aanzien van de binnenstad, ook een grote toeristische attractie zijn. 

McLeod liet weten dat investeerders al klaar staan om met een bedrag van SRD 30 miljoen in te komen voor de restauratie. Dit zal via een fonds gebeuren waarbij het project binnen 1,5 jaar operationeel moet zijn. Brunswijk heeft alle steun toegezegd.

De historische binnenstad van Paramaribo staat bekend om haar unieke monumentale houten gebouwen en is sedert 2003 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. 

Het is heel goed om te zien dat dit erfgoed bewaard zal blijven  (als de regering tenminste woord houdt....) voor de toekomst en dat hét voorbeeld voor alle 'kankan uma' in de Surinaamse Dop, hopelijk trots mag prijken in de binnenstad van Paramarbo. Ik kan niet wachten om dit pand als toeristische attractie te zien!!!

vrijdag 9 april 2021

Die arme Streepie...

Voor diegenen die al vanaf het begin meelezen... op een gegeven moment heb ik het over 'Streepie' en 'Herta' gehad. Herta was de herder en Streepie was een wat afweziger, nukkiger beesje.

Beiden waren honden van mijn oom en ik had er ontzettend veel moeite mee om ze los te laten/ achter te laten toen ik de eerste keer - toen in 2017- weer in het vliegtuig stapte.

Herta is terecht gekomen bij iemand die een waakhond zocht. Streepie was wat lastiger, maar vond blijkbaar een plekje bij één van de buren. We zagen haar niet meer.... tot nu.

Ineens ligt Streepie op het erf. 



Ze lijkt ons op te meten en te bekijken. 

We weten niet goed wat we er mee aan moeten, want als we dichterbij komen.. staat ze met moeite op en gaat ze er van door.

Waarom ze er ineens is. Waarom nu. Waarom als wij er zijn. ....we hebben geen idee.


Dan... de dag er na. Is Streepie ineens dichtbij. 

Ze kijkt ons aan. 

Ik schrik me de *;lhfoshfo()$*@$%*(Y**-is....  

Haar halve koppie is weg.

Vreselijk.


Ze lijkt sinds we haar de laatste keer zagen een ongeluk te hebben gehad, waarbij haar halve koppie is weggeslagen. Dat ze het nog overleefd heeft is een wonder!

Ik denk aan het verhaal van mijnheer Kibrifasi. Dat Streepie al eerder van de dood lijkt teruggekeerd.

Nu lijkt het wederom een spiritueel bezoek.

De hond 'Streepie' die zich nooit aan iemand laat zien. Die nooit dichterbij komt. Staat ineens dichtbij. Ze ligt ineens voor onze ingang alsof ze nog nooit zo veel gewaakt heeft in haar leven. 


Streepie besluit dat ze toch nog moet waken... 

Haar halve 'gezicht' is weggeslagen, je ziet haar tanden gewoon als ze haar bek dichthoudt. Het is een gehavende dame. De walking dead is er niks bij. Maar blijkbaar heeft zij dit alles overleefd... ze is er ineens en ze waakt over het erf. 

Wat is de betekenis? Waarom is zij daar ineens?

Streepie is ineens een mysterie.

Ze blijft ook rondhangen. Maar als we dichterbij proberen te komen, gromt ze en loopt ze weg.

We kopen weer natvoer en voeren haar dagelijks bij. 
Ze lijkt het lekker te vinden, want de bak - ook de water bak- wordt dagelijks goed bezocht.

Dan - op een ochtend- komt Streepie dichterbij, terwijl we nog steeds achter het Diefijzer zitten.  Ze kijkt ons aan. Ze hijgt in de warmte.
Met haar snuit lijkt ze nu een plek aan te wijzen op haar rug...en dan zien we het....

Op haar rug, tussen haar schouderbladen zit een immense krater/ wond. De krater is volledig overwoekert door maden. 
De 'cellenstructuur' is duidelijk zichtbaar. De krater beweegt en glinstert. Dat beloofd weinig goeds. 

Wat moeten we hier nu mee? Er is een dierenarts, maar de behandeling voor 'maden' is meerdere weken en die tijd hebben we niet en hoe krijgen we haar te pakken... hoe krijgen we haar daar? We weten ook niet exact welke buren haar nu verzorgen (en of die bereid zijn dat te doen)

Streepie kijkt ons aan en loopt vervolgens het erf weer op, op zoek naar schaduw. Even later is ze nergens meer te bekennen.

In de middag komen we terug van het boodschappen doen.

De sfeer lijkt anders. Het voelt anders.

Zoals gezegd... eenmaal de dood geroken... vergeet je die geur nooit meer. Je kunt haar van een kilometer afstand ruiken.  

Ik ruik de dood nu weer. Mijn maag draait zich om. Het is de weeïge lucht van de dood die de wind met zich meedraagt.

En dan ziet mijn oog het onbeweeglijke hondenlijfje bij de zeecontainer op het erf.

Streepie heeft haar rustplaats gevonden. Hier op het erf dat zij zo goed kende. Op het erf (huis) waar haar oorspronkelijke baasje ook zijn einde vond.  Op de plek waar zij altijd - lijkt het- lag 'te tukken' bij de zeecontainer, onder de auto of in de schaduw van de schutting.... 

Haar lijden is nu voorbij en ze heeft nu toch écht haar laatste adem uitgeblazen. 

We besluiten haar te begraven achter die zeecontainer waar zij - klaarblijkelijk- (ook gezien de gegraven kuilen) altijd lag te slapen. Manlief graaft een (zeer diepe) kuil - wat overigens niet meevalt in die hitte- en we schuiven de zeer stijve/ hard geworden Streepie in het gat. We graven het daarna helemaal dicht en daarbovenop zetten we een uitgegraven struikje van enkele meters verderop. 

We hopen maar dat dit struikje net zo mooi mogen bloeien als dat 'a dagu'' dat heeft gedaan. ...

R.I.P.   Streepie.



zoekplaatje... maar Streepie ligt hier op haar gemakkie in de schaduw... 

Sipaliwini - het avontuur met de Korjaal, de sula, een vonkje én poffertjes!

Het is voorjaar 2019 als we weer voet aan grond zetten in Su. Ik kan bijna niet voorstellen dat het al weer (ruim) twee jaar geleden is dat ik er voor het eerst kwam. 

Ik weet nog goed HOE benauwd en warm ik het toen vond toen ik de vliegtuigtrap op stapte en dat ik geen oog dicht kon doen als er geen airconditioning stond te draaien. Nu verwelkom ik die warme deken en probeer de airconditioning zo veel mogelijk te vermijden (vaak staat die toch idioot hoog en is het veels te koud!)... in Nederland heb ik het continue (te) koud. Gek hoe snel zoiets kan veranderen. 

Het bezoek aan Bergi is ons vorige keer goed bevallen en we hebben dit keer een reisje geboekt naar 'het binnenland', waar we op een plek zullen verblijven die 'Anaula' heet, het vakantie-resort heet ook zo: Anaula Nature Resort , vlakbij het dorpje Aurora en de sula (Ferulasi). We deden de '3 dagen tour'. 

We worden in de ochtend opgepikt bij 'Kuldipsingh' aan de highway. Er is ook een gezin bij en een stel die 'op bezoek' zijn bij een vriend. Dat is me toch een partij irritante kerel! Hij praat en praat maar door in de bus... en het is een lange reis naar Atjoni, waar we in de korjaal zullen stappen verder de Suriname rivier opwaarts. En hij weet dit, en hij weet dat, en de brug zo, en het bos zus... Diverse keren betrap ik hem er op dat hij gewoon zit te zwetsen, dingen gewoon niet waar zijn en dat hij de laatste nieuwsberichten ook niet heeft gelezen. De man zegt dan wel al meer dan 20 jaar in Su te verblijven of heen-en-weer te reizen, zich echt verdiept in het land heeft hij zich niet. 

Ik ben blij als we een pauze hebben in Brownsberg om een broodje te eten en even wat sanitair te bezoeken. De bomen hier zitten vol vruchten. Dat is toch wel iets dat ik in Su zo waanzinnig vindt; hoe alles groeit (zeker als je er zorg voor draagt!) en bloeit. Alles is zo intens groen en kleurrijk.  Brownsberg zelf vind ik wat 'guur' aandoen. Er zitten hier veel gouddelvers en er wordt 'geloerd' als je in de supermarkt wat koopt. Het voelt wat oncomfortabel in ieder geval en ik ben dan ook nog blijer als we de reis weer voortzetten. 

Toch duurt het na die pauze weer een lange tijd voor we bij Atjoni aankomen. Gelukkig lijkt 'ome Lulla' eindelijk ook uitgesproken te zijn en kunnen we zonder al dat gezwets genieten van al het moois buiten!.

Kleurijke korjalen in Atjoni

Atjoni is een plek 'aparte'. Het is de verzamelplek van alle mensen die met de korjaal naar hun dorpen moeten. Atjoni is de laatste plek die je nog met de auto kunt bereiken, daarna kun je alleen verder per korjaal. En ja, dat betekent ook dat wasmachines, lange palen, meubilair, weken aan boodschappen en weet ik niet allemaal meer, hier op de smalle boten wordt geladen en wordt verscheept de rivier op. 

Als je eenmaal een keer deze tocht hebt gemaakt, begrijp je wat een huzarenstukje dat is! De stroming is hoog, de rotsen zitten vlak onder het oppervlakten en er zijn verschillende 'sula's' (watervallen) die de reis bemoeilijken. Daar waar het al lastig is om met gewoon passagiers hier te varen, is het helemaal hachelijk als je bedenkt dit met een grote koelkast op zo'n bootje te moeten doen, of kledingkast, of tweepersoonsmatras...  Toch zie je die ladingen vanaf verschillende bussen en vrachtwagentjes geladen worden om te worden vastgemaakt op de smalle korjalen. 

Nadat de onze korjaal (op de foto de fel groene) is beladen, gaan we op pad. Het is ongeveer een uur tot anderhalf uur stroomopwaarts varen naar Anaula. Het is een prachtige tocht waar het groen c.q. natuurschoon zo waanzinnig mooi is! ZO nu en dan wordt de tocht ook wat spannend als we een kleine sula opvaren (jawel, daar vaart men tegenop!), in mijn ooghoeken neem ik zo nu en dan een wrak van een korjaal waar... helemaal ongevaarlijk is deze tocht toch niet, ook al varen honderden mensen deze rivier dagelijks op- en af. 

Het zwembad op Aunala ressort

Anaula zelf is ook werkelijk schitterend! Wij hebben een hut die met de veranda over de rivier uitkijkt. We zien dagelijks de boten met schoolkinderen de rivier in grote vaart afgaan en in de middag weer (langzamer) stroomopwaarts varen. Op een gegeven moment is het water te laag van stand en moeten mensen uitstappen, vaart de korjaal de sula over en stappen mensen een stukje stroom neerwaarts weer in. Het is heerlijk om het ruisen van het water te horen, naast het diverse geluid van het oerwoud. Al hopen we dat hier niet van de 'auto-alarm-cicaden' zullen zijn. Het resort heeft verder een luxe zwembad en een barretje. Het is er erg rustig, want buiten diegenen die met de boot zijn meegekomen, is er verder niemand op het ressort.


Verkoeling in een sula, tevens natuurlijke massage

In de driedaagse ervaring zit ook een bezoek aan de Feralasi sula. Een grotere sula waar je in kunt zitten en je een 'natuurmassage' kunt krijgen. Dat gaan we natuurlijk proberen. ...Niemand die je vertelt over de vele krabbetjes die het blijkbaar óók fijn vinden om in de sula te badderen en dat je in een soort bladen/algen zit. Overigens zijn die krabbetjes voorzichtiger met jou ontwijken dan andersom.  Op een gegeven moment haalt men mij over om de sula als 'glijbaan' te gebruiken en me mee te laten voeren naar beneden naar rustiger water. Dat had ik (uiteraard) beter niet kunnen doen. Ik ben namelijk niet zo handig. Ik kom heel verkeerd terecht tegen een rots met mijn bovenbeen/ heup en dat doet zéér! Het voordeel is dat je dus gelijk koelt in het water... het nadeel is een grote, pijnlijke blauwe plek. 

blauwe plek .. ongeveer 20 cm

De gids blijkt echter ook kennis te hebben van natuurgeneesmiddelen en olieën. Hij komt met een heel klein flesje wat lijkt op wat wij 'po-ho' olie noemen, dat is het niet, maar daar lijkt het op qua geur. De blauwe plek die ik heb is - eerlijk waar- met enkele dagen verdwenen en is niet zo pijnlijk als dat ik zou mogen verwachten. Het inspireert mij/ wakkert het vonkje in mij aan, mij weer te verdiepen in de natuurgeneeskunde.  

Bij de Ferulasival / sula



Woningen in Aurora
Dag twee staat in het teken van een bezoek aan Aurora (en nieuw Aurora). De gids legt uit dat we geen foto's mogen maken tenzij er nadrukkelijk toestemming is gevraagd... dus uiteraard maakt die vrouw van het groepje van 'lulla' (niet de slimste) uitgebreid foto's en komt in moeilijkheden. Het kost een hoop gezeur en onderhandelen totdat we verder kunnen.  Ik neem maar weinig foto's en als ik ze al neem, zorg ik er voor dat er geen mens in de buurt is. Dat gezeur is het me niet waard. 

We bezoeken ook nog 'nieuw Aurora', hier staan ook de medische post en staan wat groter/ moderner huizen, alsook een grotere school (waarvoor een bijdrage wordt gevraagd). Ik vind het toch wel apart dat nog zo'n groot deel van de bevolking van dit dorp er toch voor kiest om nog traditioneel te wonen en te leven en zich niet laat verleiden door het nieuwerwetse. Ik heb trouwens ook geen zak aan mijn Sranantongo hier, want ze spreken hier een andere taal, het Saramaccaans (Saamáka). Voor diegenen die het willen weten: Nick en Simon waren hier ook toen ze naar het binnenland gingen... al gingen die met een vliegtuigje en niet met de korjaal naar Aurora.


Na terugkeer op Anaula, kunnen we weer naar de sula als we dat willen. Ik sla even over en besluit gewoon in de hangmat te luieren en te luisteren naar het rustgevende ruisen van de rivier en wat te poedelen in het zwembad. 
De gids legt uit wat dit voor noot is en dat
hij ook wordt gebruikt voor sieraden
In de middag kunnen we mee de gids voor een wandeling door het 'jungle' deel van het eiland (Anaula is een eiland in de Suriname rivier). Tijdens die wandeling krijgen we van alles te horen over de verschillende planten en bomen, maar ook over het insectenleven en een populatie aan aapjes die hier wonen (en kunt voeren ... als ze zin hebben laten ze zich zien). Hij vertelt ook over de telefoonboom. Ik ga hier niet verklappen wat dat is, maar indrukwekkend is het wel!

Het dessert bij het avondeten is een bijzondere verrassing! Het zijn poffertjes!!! Zit je 9000 km van Holland, in het midden van de jungle en dan krijg je poffertjes... inclusief poedersuiker en boter. 
Traditionele zang- en dans met drons
Hoe groot is dan weer het contrast met het avondprogramma, waar we een traditioneel (nou ja) stukje zang en dans te zien krijgen. Uiteraard worden - wij toeristen- geacht mee te doen. Ik doe tenminste nog wel mijn slippers uit, want dit hoor je toch op zijn minst op blote voeten met contact met de aarde te doen volgens mij, al is het niet echt aan mij besteed. Ik vind het luisteren zoveel mooier dan zelf zo als stijve hark (zeker tussen de beweeglijke Marronvrouwen) er tussen te stampen. 


Op 6 maart keren we weer terug naar Paramaribo en worden we laat in de middag afgezet bij de parkeerplaats van Kuldipsingh aan Highway. Daar waar we op de heenweg echter makkelijk de bus hebben genomen, is dat op de terugweg een stuk moeilijker (de bussen vertrekken immers vol uit Paramaribo en rijden dan nagenoeg vol voorbij de halte waar wij nu staan). Terwijl we naar een taxi-standplaats lopen (daarvan zijn er diverse langs Highway), komt ineens de overbuurman voorbij gereden die ons aanbied naar huis mee te rijden en dat aanbod nemen we graag aan! Begint het contact maken tóch vruchten af te werpen!

Ik kan iedereen die naar Su afreist aanraden een trip te maken naar het binnenland, of eigenlijk: je bent niet echt in Suriname geweest als je niet naar het binnenland bent geweest. De natuur is echt onovertroffen mooi en de tocht met de korjaal is echt iets dat je gedaan/ beleefd moet hebben (doe ook zeker - als je van spanning houdt- de avond korjaaltocht/ kaaiman spotten). 


Er zijn diverse organisaties die een volledig verzorgde tocht aanbieden, maar je kunt ook 'los' de korjaal nemen naar één van de vele ressorts waar je 'los' kunt aan komen waaien (kan niet overal dus het kan avontuurlijk worden en het kan er op neerkomen dat je ergens je hangmat moet ophangen). Behalve Anaula, is er ook Pingpe, Danpaati bv en nog vele kleinere minder bekende ressorts. Daarnaast zijn er ook tochten die nog verder het binnenland in gaan, zoals Palumeu en een tocht naar de Awarradam. 

Ik sluit deze blog iig af met twee van mijn favoriete plaatjes van Anaula, waarvan er éénte al jaren mijn bureaublad siert... om dagelijks bij weg te dromen aan het plekje aan de Suriname rivier. 




maandag 5 april 2021

Ik leer Sranantongo

De oplettende lezer weet al dat ik een cursus Sranantongo, oftewel Surinaams, ben gaan volgen.  Nu ben ik normaliter al van 'een paar woordjes leren' om respect te tonen aan de bewoners van het land dat ik bezoek (ik kan ook de weg vragen in het Zweeds, kan ik in het Tjechisch vragen of er nog slaapkamers vrij zijn en kan ik vragen of ik de kaas mag in het Noors), laat staan dus als ik er een huis heb. 

Zoals gezegd vind ik dat je een land pas echt leert kennen als je je onderdompelt in cultuur, eten, geschiedenis én taal. Dus behalve dat ik me gek lees aan allerlei literatuur, geschiedenisboeken en romans, leer koken uit 'Muriëls' groot Surinaams kookboek en mij verdiep in Oso Dresi én Winti (daarover later meer), heb ik dus ook opgevat om mij de taal machtig te maken en wát een avontuur levert dat an-sich al op. Ik kan het IEDEREEN die wat serieuzer met Sranan wil omgaan of er zaken wilt doen aanraden om de taal te leren; het levert je zoveel meer inzichten op! 

Ik leerde de beginselen in cursus 1 bij Brada Kwasi Koorndijk  van Kwasi's Sranan Consultancy ; Kwasi's Sranan Consultancy – Suriname, Taal, Cultuur en Sociaal Maatschappijlijke Inrichting (sranankwasi.com) en op Facebook: Kwasi's Sranan Consultancy | Facebook (ik wacht overigens nog steeds op de start van cursus 2A, 2B en 3) 

Het begon simpelweg met 'Wan switi pasa kon' en begroeten. Wat is het alfabet (skrifmarkitongo)? en - nu hilarisch om terug te horen- een stukje voorlezen in het Sranan. Verreweg het moeilijkste zijn de klankverkleuringsregels, al moet ik schoorvoetend bekennen dat ik het meeste moeite heb met de 'e' en de niet-e werkwoorden... maar die les heb ik dan ook gemist omdat ik in 'Bergi' was. Wat overigens OOK supermoeilijk is, is het 'coding en decoding' oftewel; hoe kom je uiteindelijk tot een logische zin in de ene taal als je de andere taal in je gedachten hebt (Coding and decoding in Sranan Nederlandse versie – Kwasi's Sranan Consultancy (sranankwasi.com). Zo is het 'wat kost het?" (typisch Nederlands) niet één op één te vertalen in het Sranang.... je zegt dan 'Hoe verkoop je het?' of : 'Fa yu e seri?' (spreek uit als Faaiseerie). 

Wat mij ook fascineerde en wat ik ook belangrijk vind om te delen is dat Surinaams helemaal geen 'straattaal' is. Veel mensen denken dat het een 'tweederangstaal' is, maar dat is het zeker niet. Duku (doekoe), fawaka.... allemaal 'slang' en - hoewel je het OOK- moet leren (want iemand kan het immers tegen jou spreken en dan moet je het ook kunnen verstaan...) is het geen authentiek, netjes Surinaams. 

Surinaams kent wel degelijk in haar taal de nette omgangsvormen en beleefdheidsvormen die wij in het Nederlands kennen. Daar waar ik dacht dat 'Bigiwan' een 'grappig en beledigend' iets was ('biggie klinkt toch wat ... tja..'), is het dus wel degelijk dat je iets zegt als 'U' . Het betekent letterlijk 'grote ene' en het is de aanspreekvorm van een jongere tot oudere.

Wat ik overigens ook helemaal leuk vindt is dat de taal zo vernieuwend is. Heel nieuwe dingen (computer bv) kunnen hun vertaling vinden in 'Londoro tonton' (machine met hersenen). Deze term is al door brada Koorndijk geïntroduceerd. Maar er zijn zoveel andere woorden in de computerkunde die nog geen Sranan-equivalent hebben; je kunt er dus grondlegger zijn. ZO had ik 'pokumakandra' (concert)  en 'londoro tonton tongo' (programmeertaal) al als nieuwe toevoegingen aan de Surinaamse taal.

Voor diegenen die nu twijfelen. Ik kan alleen maar aanraden: Spring in het diepe. Leer de taal. Ja, je maakt TIG fouten bij het uitspreken. Ja je BLUNDERT honderdduizend keer en NEE, je verstaat niet alles misschien de eerste keer.... Maar het levert je supermooie momenten op.

Jawel: ik heb het examen Sranantongo (1) behaald!
- bij Kwasi Koorndijk Consultancy
Zo namen wij een oude man mee toen we naar Lelydorp reden en hij vertelde ronduit over zijn perikelen. Dat hij met de brommer gevallen was en naar de dokter moest (jammer was overigens wél dat het eindigde in een bedelarij voor ook nog eens een som geld). We hadden een hosselaar bij de grote markt die ons eerst probeerde sigaretten te verkopen en vervolgens geheel zijn hossel vergat toen bleek dat ik Sranan sprak... hij heeft een heel stuk meegelopen en een praatje gemaakt. Ik kwam in contact met mijn buren (die mijn oom had weggejaagd / verjaagd). Je wordt vriendelijker te woord gestaan in nagenoeg alle winkels, de markt en (eet)gelegenheden EN ik kwam er achter dat ik gezwendeld werd omdat twee heren daarover spraken en niet doorhadden dat ik de taal sprak :-) ... altijd handig dus. 

Voor een Srananman (of uma) blijft het een vreemd iets dat een 'Sabanabubawan' zich in hun taal verdiept, ook dat blijkt uit verschillende reacties (van positief tot zeer verbaasd ... negatieve reacties heb ik nog niet gehad). Ik blijf het dan ook grappig vinden dat men iedere keer zo verbaasd is dat ik het spreek. 

Dat je de taal spreek en dat dit vreemd is, komt mede door de geschiedenis. Het is - door de Nederlanders- op een gegeven moment verboden om Sranan te spreken. Het is dus niet zo dat als je taal leert dat het ineens allemaal 'okay' is. Je bent en blijft nu eenmaal 'die Bakra', 'die Buru' of 'die Tata' en dat komt met een bepaalde omgangsvorm naar je toe. Ook al heb jij en/of je voorouders geen r**t te maken met DIE beladen geschiedenis, dan NOG is er wel een beladen iets tegenover de 'voormalig kolonisator'. Wordt dus niet boos of beledigd als je in Su niet overal als 'God in Frankrijk' ontvangen wordt als je daar als toerist je geld uit komt geven; het is nu eenmaal een stukje (nou ja... 400 jaar...) niet zo'n erg beste geschiedenis die we als -o.a.-  Nederlanders veroorzaakt hebben. Maar een eerste stapje de goede richting op, kan nooit kwaad.

En... het is goed te weten dat  'mi e lobi yu', iets heeeeeeeel anders is dan  'mi lobi yu'...




zondag 4 april 2021

Saoto, soto, supu...whatever... en een terugblik...

Het is al weer Pasen 2021, en ik zie dat het al weer mááánden geleden is dat ik geschreven heb over Suriname en mijn avontuur daar. Misschien dat het mijn hart (mi kwataki) zo'n pijn doet dat ik er nu niet naar af kan reizen en ik er dus wat moeilijker over schrijf.... Terwijl ik naar een waterig zonnetje kijk vanachter mijn raam in het Nederlandse Alkmaar, denk ik aan de laatste Paaszondag die we vierden in Wanica... waar we het gezang van het koor van de broeder/kerkgemeenschap in het huis een paar honderd meter verderop kunnen horen.... *zucht*...

Ik denk aan de Saoto, of Soto ... of supu. Ik heb 'm in Nederland nog niet zo lekker gegeten als bij de Warungs in Su... Overigens zegt een Surinamer geen 'Supu' tegen een Saoto. Een Supu is meer een maaltijdsoep (zoals wij erwtensoep of goulashsoup kennen) en saoto is meer de rijk gevulde kippenbouillon met kip, ei, taugé etc. en die wordt geserveerd met rijst, sambal en (hete!!!!) ketjapsaus. 


Terwijl ik hier zo zit, en laten we wel wezen ik ben een gezegend mens nu ik gezond ben en ik heb niks te klagen, denk ik aan de afgelopen jaren. En ik bedenk mij dat ik - ondanks dat ik er iedere keer maar zo kort ben- een waanzinnige prestatie heb geleverd. 

Ondanks dat ik 'genaaid' ben door een Roedijk bouwbedrijf met zijn waardeloze diefijzer, dat ik het nodige heb moeten doorstaan met de perikelen van mijnheer Kibrifasi en Dana (die - naar ik via-via heb gehoord- beledigd is dat ik haar niet betaald heb voor 'geleverde diensten' tijdens de eerste week daar ...en ik maar denken dat het meelevendheid was en zeker omdat Kibrifasi haar al loon betaalde...). Ook al betaal ik  een godsvermogen bij DoubleJ maaibedrijf om mijn perceel netjes te houden (en hang ik aan het filmpje dat ik maandelijks krijg)... ik blijf er vertrouwen in houden dat het ooit goed komt en ik écht kan genieten van wat mijn oom mij ooit nagelaten heeft... ook al ligt er nog ZO veel werk in het verschiet...

Keuken in feb 2017 (foto) en in feb 2020 (snip vanuit filmpje)

"logeerkamer" in feb 2017 en in sept 2018 (in 2020 staat er ook een PAX met spiegeldeur van Ikea in :-))

Slaapkamer in feb 2017 en in feb 2020

Woonkamer-muurzijde 2017 van de zijkant, 2020 van de voorkant


Zijkant van het huis in 2017 (toen ik al opgeruimd had) en einde 2019

Voortuin in augustus 2018 en feb 2020

 Voor het Suriname-gevoel, hier het recept van Saoto Ajam (uit Muriëls Surinaamse kookboek)

Ingrediënten:
1 kg kip
sap van 1 lemmetje
4 daun salamblaadjes
6 platgeslagen teentjes knoflook
2 cm platgeslagen gember
1 tak citroengras
1 mesp. geelwortelpoeder
3 cm laos
5 kleingesneden sjalotjes
2 kleingesneden grote uien
zout
bouillonblokjes
5 eetl. olie
200 gram taugé
1 pak rijstvermicelli
4 hardgekookte eieren
100 gr (kant en klare) gebakken uitjes
4 takjes soepgroenten (voor die Bakra's:  platte peterselie)
1 bakje dunne aardappelstokjes (toko)
1/2 dl. gekruide ketjap met peper

De kip schoonmaken en wassen met het sap van een lemmetje. 2,5 liter water aan de kook brengen en hierin de hele kip, salamblaadjes, knoflook, gember, citroengras, geelwortelpoeder, de stukken laos, sjalotjes en de helft van de uien doen. Hiervan in een uur bouillon koken. De bouillon op smaak afmaken met zout en bouillonblokjes, en op een laag vlammetje warm houden. De knip uit de bouillon halen en in een ruime pan met olie de kip aan alle zijden bakken en dan uitpluizen. De taugé 5 minuten in heet water laten staan en het water afgieten. De rijstvermicelli kort bakken in olie en op keukenpapier laten uitlekken. In elke soepkom wat gebakken vermicelli, een hardgekookt ei, een eetlepel taugé, een theelepel gebakken uitjes, wat fijngesneden soepgroenten, een eetlepel aardappelstokjes en een eetlepel kip doen en de bouillon op het laatst hierover gieten. Ketjapsaus, peper en gekookte witte rijst apart erbij serveren.... 

Bun nyan!