zondag 16 augustus 2020

Yu wani sabi a kondre, yu no man figi fosi ten

Oftewel: al je een land echt wilt kennen, mag je het verleden niet vergeten. Dat is althans mijn mening. Eerder schreef ik al dat ik vind dat je niet echt met een land kunt verbinden als je niet leert over haar taal, cultuur, levensovertuigingen, mensen, flora-en-fauna en dus ook geschiedenis. Alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden, als je dingen weglaat (bijvoorbeeld omdat het je ongemakkelijk maakt) dan ga je dingen niet in perspectief zien en ga je dingen verkeerd of niet begrijpen. 

Toen ik mijn taalcursus Sranantongo aanving, heb ik mij ondergedompeld in stapels literatuur over Suriname. 'Geschiedenis van Suriname' (zowel de uitgave van 2001 als die van 2017 (die opmerkelijk genoeg bij BOL onder 'oorlog' is gecategoriseerd...), Wij Slaven van Suriname- Anton de Kom, Het grote anansi-boek, Maria Sybilla Merian - plantkunde, Medicinale en Rituele planten van Suriname, Het groot Surinaams kookboek van Muriël, de romans van Cynthia mcCloud (Zenobia, Elisabeth, Hoe duur was de suiker, Tweemaal Mariënburg, Herinneringen aan Mariënburg..) Winti: Een Afroamerikaanse godsdienst in Suriname, Natural History and Ecology of Suriname, van de slavenzweep en de muze, Anyame (J. Zaalman)... Ik heb heel wat boeken verslonden.

Maar met alleen lezen kom je er niet, ervaren maakt net zo goed deel uit van het leerproces. Sranantongo leer je niet door te lezen, dat moet je ook spreken, schrijven en horen. Sranankukru zul je toch echt moeten maken en eten (proeven!), Planten moet je zien, voelen en ruiken - net zoals bloemen. De geschiedenis van Suriname heeft - een inktzwarte periode gekend- die we als Nederlanders op zijn minst als ongemakkelijk ervaren: de slavernij. 

Vele vakantievierders in Suriname zullen zich gemakkelijk verliezen in het prachtige natuurschoon, het geweldige eten en drinken, de vrolijke kleuren, de vrolijke muziek en wat nog niet meer. Een uitstapje naar 'Fort Nieuw Amsterdam' of 'Foto Zeelandia in Paramaribo', Mariënburg of een wandeling langs de grote, witgeschilderde koloniale huizen met de donkergroene lijsten wordt ervaren als een wandeling langs een historie, een historie met een 'erg verhaal', maar that's it. Even ongemakkelijk en dan maar even een stevige Parbo of Borgoe aan de waterkant... 

Voor mij was - en is- dat niet afdoende. Nu ik door de omstandigheden een wat meer vaste relatie met het land heb gekregen, is het -voor mij- een must om de diepte in te gaan, óók die ongemakkelijke diepte. Connectie kun je immers alleen maken als je je verdiept in de ander. Het waaróm en het wát. Je moet snappen waarom dingen zo zijn. Ik verblijf bijvoorbeeld op een stuk grond dat vroeger 'Plantage Vredenburg' was, maar wat was dat dan voor plantage? 

Dus togen wij op een dag naar Fort Nieuw Amsterdam, waarvan de bouw 13 jaar duurde en toentertijd ruim een miljoen (!) Nederlandse guldens heeft gekost.  Dit is nu een openluchtmuseum waar de geschiedenis van Suriname uit de doeken wordt gedaan. En dan niet alleen de Slavernij, maar ook van de immigranten daarna en van de burgeroorlog(en) die plaats hebben gevonden alsook de rol van Suriname in de tweede wereldoorlog. Veel van de mensen die een tripje maken, gaan maar een uurtje of twee, maar trek er gerust een ruim dagdeel of kleine dag voor uit (neem ook voldoende snacks en drinken mee...want het restaurant is niet altijd ruim bevoorraad of bemenst...)

Het park van Nieuw-Amsterdam is prachtig...

Het terrein zelf is prachtig. Mooie planten, bloemen en nette paden. Het is een sereen park en er zijn - toen wij er in ieder geval waren- nagenoeg geen andere bezoekers. Een wandeling door het 'park'/ 'fort', voert langs diverse bouwwerken, wat fijn is, want deze bieden wat verkoeling wanneer het buiten erg warm wordt op het midden van de dag. 

Het oude kruidhuis herbergt een expositie van de Surinamers die gestreden hebben in de tweede wereldoorlog voor Nederland, ik leerde hier ook dat de vrouwen van Suriname veel goederen hebben verzonden naar Nederland toen wij 'op zijn armst' waren. Ik denk dat maar weinig Nederlanders dit weten...

De 'gevangenis' laat een expositie zien van de verschillende bevolkingsgroepen die in Suriname wonen, wat overigens een 'licht' onderwerp is gezien de hel die het gebouw representeerde voor de gevangen die er ooit hebben gezeten (met 9 man in een kleine cel die niet gekoeld en niet geventileerd was....). 

Bij het zien van de zogenaamde 'Kappa's' wordt je toch even stil. De immense schalen zijn ooit gevuld geweest met suikerrietsap die werd ingekookt en steeds verder werd verplaatst naar een kleinere versie tot er suiker ontstond.  De tot slaaf gemaakten en later de contractarbeiders moesten de inhoud continu roeren om karamelisering te voorkomen. Gebeurde dat toch, dan volgde er een zware bestraffing. In de slaventijd bijvoorbeeld met het leggen van een stuk gloeiend houtskool in de open hand van de dader, aldus de informatie van het museum.
Iemand die ooit iets heeft gekarameliseerd in huis, weet hoe heet die rommel wordt en als je het over je heen krijgt wat een brandwonden het kan maken... dat overhevelen en roeren kan nooit zonder morsen zijn gegaan en als je dan bedenkt dat men geen schoenen en/of beschermende kleding en/of handschoenen droeg...plus die ondragelijke hitte van de open vuren en die schalen in een al superwarm land en dan waren het ook nog eens geen werkdagen van acht uur met pauze, maar men moest net zo lang door tot de suiker was ontstaan...

Twee immense Kappa's...

Terwijl we van de kappa's weglopen, bedenk ik mij dat dit stukje slechts één van de stappen was in het proces van suiker maken. Bij iedere stap, van het ontginnen van het land, het vrij houden van de irrigatie, het kappen van het riet, het sjouwen, inkoken, weer sjouwen... is op onmenselijke wijze gebruik gemaakt van slavenarbeid zodat 'Nederland' zich kon verrijken in de suikerhandel, ook al was dit 'maar 10% van de handel die we in totaliteit bedreven in die tijd. Oók koffie, cacao, hout... niet alleen suikerplantages waren in Suriname te vinden, ook andere 'tropische waar' werd verbouwd en verhandeld....
Op het moment dat je hierover gaat nadenken, bedenk je je ook de schaal. Honderden plantages met daarop soms tot honderden tot slaaf gemaakten, allemaal met goederen die een zwaar productieproces vereisen en daarbij onmenselijk behandeld werden, nog maar niet te spreken over de wijze waarop men de tot slaafgemaakten in Suriname kreeg.

We lopen terug naar ons autootje (we slaan het Telecommunicatie museum over). Een beetje bedremmeld ben ik wel. Hoewel mijn voorouders helemaal niets met de Slavernij te maken hebben gehad voel ik mij toch bezwaard en ik begin een beetje te begrijpen waarom ik soms bekeken wordt zoals ik bekeken wordt... maar dát heeft dan ook weer te maken met iets dat te maken heeft met de manier waarop men omgaat met voorgaande generaties .. zoals ik al zei; alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden... en is iets voor een andere keer...

Terwijl we naar huis rijden, komen we langs 'Mariënburg'. We besluiten er naar toe te rijden. Het is echter al wat later in de middag en de dag was al wat 'zwaar op het gemoed'... dus we besluiten er alleen even kort te kijken en een volgende keer maar terug te keren. 
Ook Mariënburg is een plek met zware geschiedenis. Niet alleen omdat het een suikerrietplantage is geweest, maar ook omdat na de slavernij er op grove wijze is omgegaan met de immigrant arbeiders. Mariënburg was toen al een 'suikerfabriek' (raffinaderij) waar verschillende plantages aaneengesloten een coöperatie vormden er werd ook rum geproduceerd (die maakt men nu nog (Mariënburg-rum => 90%!!!), maar op een andere plek). De restanten van de vervallen fabriek staan nog als een industrieel monument tussen het oprukkende groen, verder is ook hier het park/ omgeving rustig en sereen en staat in schril contrast met de geschiedenis. Wat het meest in het oog springt is een immens wit monument. Prachtig en ter gelegenheid van de komst van de Javanen. Verder staat er ook nog een zwart monument, maar ook -net als zoveel in Suriname- met een dieptrieste reden. 

Monument ter gelegenheid komst Javanen

Industrieel overblijfsel van Mariënburg

Zowel letterlijk als figuurlijk een inktzwart monument...

"Op 30 juli 1902 werden arrestaties verricht, waarna woedende arbeiders optrokken naar het kantoor. Toen vervolgens op de muitende arbeiders het vuur werd geopend vielen er 17 doden en 39 gewonden. De lijken werden in een massagraf gegooid en overdekt met ongebluste kalk waardoor deze niet meer te vinden zouden zijn. Van de gewonden bezweken er later nog zeven. Acht arbeiders werden veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid. Ter herinnering aan de opstand werd door vicepresident Ramdien Sardjoe op zondag 30 juli 2006 op Mariënburg een monument onthuld, op initiatief van de Stichting Gevallen Helden 1902."

We rijden, na het bekijken van het monument toch maar terug naar huis. We maken nog een tussenstop bij een Warung waar ik een Saoto eet (verslaafd aan Saoto!) en dan sluiten we aan op de file op de 'Bosjebrug'. 

Op de veranda thuis schenk ik dan toch maar een flinke Borgoe met cola in... soms valt het niet mee om je te verdiepen...

Bergi...

Als je de 'Afobakaweg' een heel stuk afrijdt (bijna een uur verder vanaf Para), kom je op een gegeven moment bij een bossig en bochtig stukje, net na de afslag naar Brownsberg en Atjoni. Een behoorlijk verweerd bord langs de weg adverteert met een resort 'Berg & Dal', maar je moet opletten het weggetje er naar toe niet te missen.

Je zou denken dat een dergelijk chique resort ook een fatsoenlijke toegangsweg heeft, maar niets is minder waar. Ik kan aanraden om hier niet met een simpel stadsautootje naar toe te rijden, wij hadden in ieder geval behoorlijk moeite in ons kleine rode blikkie om de half weggeregende, met diepe kuilen en grind bezaaide, modder en zandweg te bedwingen. Vergeet ook niet om te claxonneren om het tegemoetkomende verkeer te waarschuwen dat je de heuvel op rijdt, eenmaal halverwege is het lastig elkaar te passeren. Na een pittig ritje kom je bij een slagboom met een wachtershuisje, alleen wanneer je gast bent, kom je het terrein op lijkt het. Ofschoon je volgens mij ook gewoon kunt dineren/lunchen en/of gebruik kunt maken (tegen betaling) van het zwembad zonder overnachting. 
Alakondre pangi lapje
Mijn alakondre pangi lapje

A fin, tijdens onze vakantie (oktober 2018) gingen we dus op vakantie :-) en wel naar een plek die dus Berg & Dal heet. Naar Surinaamse (en ook Nederlandse!) maatstaven is het een redelijk duur verblijf. Een nacht in een reguliere cabin, kost je al  snel 130 euro per nacht (niet ingezetenen, want ingezetenen krijgen een korting), maar daar krijg je wel luxe voor terug moet ik zeggen. Ondanks het inktzwarte verleden van 'Bergi' zoals het in de volksmond heet, is het nu een paradijsje om te relaxen. 

Je wordt hartelijk welkom geheten en je krijg een alakondre kleuren, met groen overheersend, stukje pangi stof als aandenken in een - zeer koel ge-airco-de- receptie. De vrouw krijg een rechte strook voor over de schouder en de man een driehoekje voor om de hals. Je krijgt ook wat informatie over het restaurant, de bar, het zwembad en de verschillende faciliteiten en activiteiten die er te doen zijn. Wij boeken een wandeling met gids op de oude plantage en een relax-massage en schrijven ons in voor de 'culturele avond'. Het ziplinen, kanoën en andere zeer actieve dingen, laten we voor wat het zijn. 
Cabin en binnenkant van de cabin

We hebben een cabin in het bos, er zijn er ook langs de Suriname rivier, maar die zijn voor grotere gezelschappen en wij zijn maar 'met zijn tweetjes'. We stiefelen -nog een behoorlijk stuk- heuvelopwaarts tussen het groen door naar onze hut. Onderweg zien we behoorlijk wat Morpho's (grote blauwe vlinders) en horen we tussen de planten diverse andere diertjes scharrelen. Dan moeten we een hoge trap omhoog om bij onze cabin te komen, maar het uitzicht vanaf onze veranda naar al het groen is prachtig en 's avonds zien we er ook talloze vuurvliegjes die voor een twinkeling tussen de bomen zorgen en we zien ook kleine toecans en kolibri's. 

De piranha bar is wat leeg qua klandizie, maar maakt heerlijke cocktails die op een prachtige stijger, met nog mooier uitzicht, op de Suriname rivier gedronken kunnen worden. We vragen ons af waarom het piranha bar heet, totdat iemand iets eetbaars in de rivier gooit... een horde van de krengen komt resoluut in een 'frenzie' alles opvreten. Hier moet je absoluut niet gaan zwemmen of met je kano omkiepen... we zijn blij dat we de 'kanotocht' niet hebben geboekt. 
Uitzicht & Cocktails in de Piranhabar

De menukaart is divers en er staan verschillende Surinaamse gerechten op, ik kies voor 'Botervis met cassavefriet', een Surinaamse equivalent van 'Fish and chips' en ik wordt niet teleurgesteld; sinds ''Bergi' heb ik niet ergens lekkerder cassavefriet gegeten. Het eten is van voortreffelijke kwaliteit. De bediening is in eerste instantie wat afstandelijk, maar als ik wat Sranan probeer is het één en al hartelijkheid en merken we dat het gezelschap dat verderop zit wat minder aandacht krijgt...al krijg ik bijna tijdens een lunch sterke drank (Sopi) in plaats van 'Supu' (soep) omdat ik me verspreek :-)... Als ik mijn bord niet helemaal leeg heb zeg ik 'Ay bigi moro bere' en daar moet de vrouw die ons bedient hartelijk om lachen, later komt ze met een bakje terug waar de casave patatten in zitten.. voor later, als ik weer trek krijg...

Halverwege nacht één zitten we beiden ineens rechtop in bed. Het brandalarm gaat af! Verschrikt kijken we elkaar eerst aan, maar dan beseffen we dat het geen brandalarm is. Het komt van buiten. Mijn hemel wat een hoog schril geluid en wat een decibellen! Wat is het? Het houdt best lang aan ook en dan stopt het, om vervolgens weer aan te vangen. Dan, door goed luisteren, komen we er achter dat een beestje is en we herinneren ons de insectenexpositie in de Vlindertuin in Lelydorp... dit zijn die krengen waar we toen van zeiden: "Later leren we dat bepaalde cicaden net zoveel herrie maken als een auto-alarm (hoog, schel) en dat gerust een half uur vol houden!!!"

De plantage Berg & Dal
Een beetje brak, eten we ons ontbijt en worden ondertussen "vergezeld" door een grote hagedis (scharrelt over de vloer) en mieren die bijna 2 cm groot zijn
(lopen in mars-opstelling over de veranda railing). Dan worden we opgehaald voor onze wandeling met gids op de oude plantage. 
Daar gaan we heen met een korjaal. We meren aan op een strandje. In vroegere tijden was dit de Plantage Berg & Dal, nu is er een activiteitenbedrijf gevestigd (Bergendal Adventure Center) en zijn er nog maar weinige huisjes over waar de tot slaafgemaakten in hebben verbleven. Het - compleet vervallen- politiepost huis staat er nog op een afstandje.
Het boek 'Zenobia' van Cynthia McCloud verhaalt ook over Berg & Dal en gezien ik het voordat we hier heen gingen gelezen heb, probeer ik me de plekken van het boek voor te stellen vanwaar ik nu sta. 

De gids begeleid ons over het terrein, hij is een nazaat van de 'oorspronkelijke' bewoners van Berg & Dal, al woonde hij al sinds de tachtiger jaren in Rotterdam. Veel van de 'Bergi's' zijn vermoord in de burgeroorlog en nu wordt het dorpje vooral gerestaureerd en (tijdelijk) bewoont door de nazaten, nog maar een enkeling heeft er sindsdien permanent gewoond. Hij vertelt ronduit en laat ons ook het kleine museum zien. Daarna maken we een -pittiger dan verwacht! en warm!- wandeling de 'Armadilloberg' op. In de slaventijd droegen de tot slaafgemaakten hun doden de berg op om dichter bij de almachtige (Gado of Anyame?) te zijn, dat moet een helse klus zijn geweest, zeker in de regentijd als de paadjes glibberig waren. De berg heet ook wel 'deadman's  hill' vanwege dat er zoveel doden liggen begraven. Toen het overigens te zwaar en te vol werd, c.q in de regentijd kreeg men de doden de berg niet meer op, werd uitgeweken naar een laaggelegen begraafplaats.
Armadillo hill a.k.a. Deadman's hill, met de (bijna vergane) graven
Op een bepaalde plek laat de gids ons diverse houten paaltjes zien, hier zijn de doden begraven. Een pijlvormige paal is een man, een hartvormige bovenkant is een vrouw, maar rechte of met een rondje is een kind en ook dat zijn er velen zegt de gids. Veel van de paaltjes zijn vergaan, maar er moeten tallen van die paaltjes hebben gestaan en er zijn er velen die een vreselijke (martel)dood zijn gestorven. 

Het is een zwaar verhaal en ik ben blij dat we kort daarna uit kunnen waaien bij een prachtig uitkijkpunt, ook vanwege de grote steekmuggen en horzels die in het bos mij als gezelschap hebben uitgekozen. De afdaling zet daarna in, welke ook nog best een kuitenbijtertje is, want stijl en je moet oppassen waar je je voeten zet tussen alle boomwortels. 

Na een kort korjaaltochtje komen we weer bij het resort, waar we lekker even douchen, zwemmen, lunchen en dan voor een relax-massage aankloppen bij één van hutten. Het contrast tussen deze weelde en de verhalen van deze ochtend had niet groter kunnen zijn. Zoals gezegd; Berg & Dal is nu een paradijsje, maar is gebouwd op een inktzwart verleden en ik denk dat het goed is dat men dat beseft. 

Na het - wederom uitstekende!-  diner, schuiven we aan bij een 'culturele avond'. Een groep bewoners van het nabijgelegen Klaaskreek. Zij vertellen verhalen en dan met name ook een stukje over de geboorte van een kind en hoe deze wordt gepresenteerd aan het dorp. Manlief eindigt met de babypop in zijn handen en voelt zich er wat ongemakkelijk bij. Al met al wel een stukje vermaak met een verassende toevoeging van informatieve achtergrond. 
Groot groen... manlief lijkt een
miniatuurtje bij deze bomen


Na een nacht waar de cicade - gelukkig- niet meer van zich laat horen (wel even voor het slapen gaan, maar niet midden in de nacht tenminste), is het al weer tijd om naar 'huis' te gaan. Achteraf hadden we nog wel tot later in de middag kunnen blijven (niet op de kamer, maar je mag nog de hele dag gebruik maken van de faciliteiten als het zwembad en restaurant), maar we hebben een afspraak met de elektricien bij het huis, dus weten we niet beter dan dat we moeten gaan (hij kwam achteraf niet, dus vandaar dat we makkelijk hadden kunnen blijven). Op weg naar de auto zien we nog een ginipi (soort boskonijn) en staan we nog even stil bij een paar prachtig paarsbloeiende struiken, toch maar eens op zoek of ik die niet ook voor onze tuin kan krijgen.

De uitdagende hobbelweg brengt ons weer naar Afobakka weg en naar Para en dan Paramaribo... Dat was een welverdiende en zeer aangename mini-vakantie in onze vakantie. 

dinsdag 17 maart 2020

Kloru... tesi ...moro ini SU!

Eén van de woorden die - in mijn ervaring- SU omschrijft is 'uitgesproken'. Kleuren, natuur, smaken...

In SU is er geen sprake van half-wat smaken, dingen zijn - zeker in Nederlandse optiek-
  • heel zoet => Fernandez is in Su toch echt veel meer gezoet dan in NL en het Ferandez-ijs (niet ijs van de frisdrank, maar het merk ijs) is -behalve heel luchtig- ook voorzien van de nodige suiker...
  • heel zuur => het zuurgoed moet je echt eens proberen, net als augurken ...
  • heel zout => denk maar aan zoutvlees, maar ook gedroogde vis is bijvoorbeeld heel zout...
  • heel bitter => sopropo (alsem- of bitterpeer) en antroewa zijn typische groenten die bitter zijn (de sopropo vindt ik daardoor écht niet lekker bijvoorbeeld)
  • heel pittig => de Mdm. Jeanette sambal laat de gewone Indische sambels écht verbleken en ook de pindasambel en ketjapsambel zijn niet mild van smaak...
De eerste paar dagen wanneer je nog kennis aan het maken bent met de Surinaamse keuken, kán dat voor bijzondere verrassingen zorgen (zoals mijn 'komkommer-avontuur' in mijn eerste week SU ooit). Zelfs wanneer je gewend bent aan de SU smaken dan nóg is het de eerste paar dagen in SU zelf even wennen.

Wij kennen bijvoorbeeld pittig' van de Indische keuken, maar Su kent 'niet pittig' of 'ongelooflijk heet'-pittig (ook wel... "je ruikt al dat het pittig is'' of 'je hoeft er maar naar te kijken en je weet dat het pittig is"), maar ook 'het lijkt niet zo, maar ineens sta je in de hens'-pittig. Ik vermoed dat de Srananman net zo veel beschrijvingen voor 'pittig' heeft als de Ijslander voor 'sneeuw'...

Nu heb ik inmiddels een redelijk uitgesproken mening over (gekocht) Surinaams eten in Nederland; het is namelijk, bij veel eettentjes, bij lange na niet het Surinaamse eten dat ik ken uit Suriname. 

Ik denk dat het hetzelfde is als met de taal. Er is 'authentiek Sranan', 'stads Sranan', 'Tata Sranan' en 'straattaal'. In Nederland eten we dus 'Tata-Sranan nyan nyan"; het is gemaakt naar bijvoorbeeld familierecept dat ooit is meegenomen naar Bakrakondre en vervolgens is het met 'het moet lekker pittig zijn' gecombineerd tot een te heet gerecht, waar de uitgesproken smaken compleet niet meer tot zijn recht komen. Het enige dat rest is "faya"...Daarnaast kennen we in Nederland de 'straattaal nyan nyan' :de 'roti'. Iedereen kent t als typisch Surinaams en het is verworden tot een soort ordinair junk-food achtig iets. 

Als je echter in Sranan zelf (goed) authentiek Surinaams gaat eten (of je kookt zelf Surinaams uit een - in Suriname gekocht Surinaams kookboek (Muriëls Groot Surinaams Kookboek door uitgeverij VACO bijvoorbeeld)- dan is er wel sprake van pit (of faya), maar zeker niet zodanig dat de overige smaken compleet naar de achtergrond gedrukt worden. En vaak wordt gevraagd of de peper 'gezet' moet worden (er bij dus en niet al er doorheen). Surinaams eten is uitgesproken van smaken, maar niet alleen in de 'heel pittig' hoek; de smaken zijn delicaat gebalanceerd. Zelfs de 'mighty ribs' bij 'mighty racks' in Paramaribo zijn dan wel ongelofeloos pittig, de marinade is ook volgepakt met allerlei smaak.

Roti is niet alleen een 'pannenkoek' met kouseband (of - foei blauwe grootgrutter! - sperciebonen), ei, kipkluif en zompige aardappels'; wie in SU voor 'Roti' gaat, heeft een veelheid aan keuzen. 
Met kip, met doksi of doksa, met- of zonder ei, vegetarisch met tahoe (of tempeh of aloë), de roti-plaat in verschillende variaties, met of zonder pesi, etc etc. etc. Zelks bij de 'fast-food' keten voor roti's (Roopram) is er keuze. 

Een ander zeer typerend 'ding' van Suriname is 'kleur', oftewel 'kloru'.
Zo is het eten is rijkelijk voorzien van kleurstoffen. Waar de gemiddelde Nederlander (of Europeaan zelfs) de e-nummers en kleurstoffen als de pest mijdt, heeft de Surinamer het kleurstofgebruik tot bijna must verheven. Eten, zeker wanneer het voor een feestelijke gelegenheid is (zoetigheden / switimofo), kan simpelweg niet zonder uitgesproken kleuren.Djelebi's zijn er van blauw tot roze, schuimpjes zijn verkrijbaar in dozen met alle kleuren van de regenboog...

Ook bij het verlaten van Zanderij - op de Indira Ghandiweg naar Kofidyompo (Lelydorp) en Par'bo- duurt het maar even voordat het kleurrijke aspect duidelijk wordt. Veel huizen (als ze niet alleen gemaakt zijn van planken en golfplaat) zijn in de meest bonte kleuren geschilderd. Kleding heeft de felste kleuren (in Par'bo heb je etalages vol met neonachtig gekleurde spandex jurkjes bijvoorbeeld) en pangi(stof) - evenals 'vlisco' stof hebben de meest kleurrijke combinaties. 

Dus toen ik 'het kleine kamertje' in het huis ging opknappen, heb ik juist dat gedaan wat ik in Nederland niet zou doen en heb ik kleuren gebruikt die ik in NL niet zou toepassen. Waar ik in Nederland vooral gematigde kleuren heb in huis (wit, grijs en turquoise en zwarte accenten) ben ik hier voor felroze, oranje en geel gegaan. En dat levert - in mijn optiek-  een kleurrijk én smaakvol geheel op!

Links: de situatie die ik bij mijn eerste bezoek aantrof.. en rechts: zoals het nu is 


maandag 16 maart 2020

Un a baka ini Sranan!

De afgelopen weken, sinds dat ik mijn cursus volg, heb ik mij ondergedompeld in de Surinaamse geschiedenis, taal, cultuur, topografie en wat nog niet meer. Ik heb Surinaamse recepten gekookt, Surinaamse boeken gelezen (de Anton de Kom's : wij slaven van Suriname, Cynthia mcCleod's romans...) en ik heb plantenkunde en topografie van Suriname geleerd. Ik heb dagelijks de Surinaamse radio geluisterd om op de hoogte te zijn wat er speelt en ik heb mij geabbonneerd op diverse Sranan forums op Facebook.


Langzaamaan begin ik dingen te snappen en begin ik dingen in perspectief te zien. In de rij voor het inchecken voor het vliegtuig op Schiphol vang ik woorden op van gesprekken en ik snap in grote lijnen waar het over gaat. Ik glimlach, want ook al heb ik weinig lessen gehad, zij beginnen wel hun vruchten af te werpen.

Ook op Zanderij heeft mijn (rudimentaire) kennis van Sranan voordelen. De taxichauffeurs die ons aanschieten, poeier ik af met 'no, un no wani a taxi. unu abi a wagi', wellicht nog niet optimaal, vlekkeloos Surinaams, maar in ieder geval Surinaams genoeg om niet lastig gevallen te worden.

Ik ben er in ieder geval blij mee.

We rijden in onze huurauto - dit keer vanaf Zanderij geregeld- naar onze 'nieuwe chinees' op het einde van de Taut Lui Fout weg. We slaan in op de zaken die we de komende dagen nodig hebben en gaan op weg naar ons huis. Het grappige is dat we nu een tijdelijke huurauto hebben omdat onze eigenlijke auto nog niet beschikbaar is. We hebben nu een soort slagschip dat hobbelt en zoeft over de drempels; helemáál niet ons ding...

We komen heelhuids aan bij ons huis en zijn blij dat de tuin er nog redelijk bij ligt... al maken we ons wel ernstige zorgen over de toestand van diverse planten die het (dodelijk) moeilijk lijken te hebben... zo ook de cashewboom... die er eerst prachtig bij stond, lijkt nu (voor een deel) dood te gaan...


Veel is verdord... weinig staat bloeiend en een dooie papaya...
Eerst maar weer eens lekker een sopje (Fabuloso!!) door het huis zodat we weer een paar weken schoon kunnen vertoeven... 

Mun neygi nanga mun ten tu dusun tenti na ayti

Ik kan mij bijna niet voorstellen hoe lang het geleden is dat ik geblogd heb. En er is ZO veel gebeurd in de tijd dat ik over de kaaiman en de regen schreef. 
Het is nu al weer maart 2020 en ik besef mij dat de post over Alen Ten (Regentijd) ging over 2018 en het het bijna een jaar geleden is dat ik schreef op deze blog!!! En er is ZO VEEL GEBEURD in de tussentijd!!!

Vlak na het filmpje over de regentijd, gingen manlief en ik weer naar huis. Het grappige is dat we in het vliegtuig al weer heimwee kregen naar ons SU-stekkie en we al weer plannen aan het maken waren voor de volgende reis. Wie had dát ooit gedacht. Twee mensen die het prima vonden om op NL-bodem te vertroeven en 'buiten Europa' niet zo hoefde, die nu (stiekum) hopeloos verliefd verliefd werden op 'a switi kondre'... dat mooie land met al die groene pracht, lekker warm (jaja... inclusief het hete eten)... 
Deze Bakra's ... tja... a kondre e taki na un kwataki :-)

Maar wat ik zei: er is ZOVEEL gebeurd in de tussentijd dat ik bijna niet weet waar te beginnen......

Dus laat ik gewoon beginnen waar ik geëindigd ben... en dat was april 2018...

***********************************

April 2018....Nederland is koud. Ondanks dat het dat weekeinde daarna één van de mooiste weekeinden van het voorjaar is; ik vind het koud!. Hoe ik dat (nog) weet? Simpel; ik liep de Fjoertoer met mijn beste vriendin op Terschelling. Terwijl zij in een t-shirt genoot van het "warme' weer, liep ik te klappertanden van de kou. Wollen trui, fleece vest, thermos ondergoed....
Op een gegeven moment hadden we per ongeluk de kachel van ons huurhuisje aan laten staan, wat resulteerde in een temperatuur van boven de 25 graden... ik was superblij! maar vriendin dacht in een sauna beland te zijn...

Wat mij opvalt is dat als je eenmaal "gewend" bent c.q de warme van SU hebt omarmt, dat de kou van Patatakondre/ Bakrakondre je overvalt en je - zelfs als Bakra- er niet meer aan kunt wennen.
De energieleverancier is blij met ons, want onder de 22 graden wordt het écht niet in ons onderkomen.

************************************

Ergens halverwege 2018: Mijnheer Kibrifasi heeft geregeld dat de deur van het diefijzer gemaakt is. Niet via die 'L*U*L* die het eerst (niet) heeft geregeld, maar een eigen lasser. (nu (2020) blijkt dat beide lassers prutswerk hebben geleverd, want het roest als de te**ing*)...

NB; voor diegenen die OOIT diefijzer laten lassen. 1. Neem geen 10mm/10mm meubelijzer (te dun) en 2. laat rondom lassen zodat het water dat bovenop blijft staan geen impact heeft...

**********************************

Ik 

Ergens in de zomer van 2018.... ik begin weer met verzamelen van dingen die we 'nodig' hebben in SU (natúúrlijk hebben ze daar van alles te koop... maar die LIDL, ACTION etc. etc. hè...).

*********************************

Ergens in de zomer van 2018: JAAAAAAAAAA!!! we hebben weer geboekt!!!! Einde september gaan we weer naar SU!!!!

*******************************

Maar... voor die tijd besluit ik les 'Sranantongo' te nemen bij Kwasi Koorndijk Consultancy (lessen ontwikkelt door stichting Opo Oso Sranangtongo). Ik ben er namelijk klaar mee dat voor de buurman een tolk moet komen, dat ik niet versta waar het over gaat (behalve dat ik ergens begrijp dat het over mij gaat) en dat voor ieder wissewasje in het Sranan moet vragen "wat zegt u" omdat men "de Bakra' een hak wil zetten en ook omdat ik wil horen bij het zaken doen waar men mij mee wil afzetten...

Dus ik ga vanaf september braaf iedere vrijdagavond naar de Sranantongo lessen in de Bijlmer en ik leer. Ik leer over de geschiedenis, de cultuur, het koken, het eten, de mensen, de levensovertuigingen en de taal. De taal zelfs in drie vormen: de authentieke vorm, de stadse vorm (lijkt ook op 'patata sranan') en de straat taal....alle drie moet je ze namelijk herkennen ook al spreek je zelf alleen één vorm.

************************************

Ik leer, ik leer en ik leer... totdat ik al na les drie naar Sranan ga... zou ik al iets kunnen praten  in de taal?





dinsdag 28 mei 2019

Karel de Kaaiman en AlenAlenAlen!

Gisterenavond zaten we op de veranda zoals eigenlijk elke avond en zagen we een prachtige maan. Zo 's avonds buiten terwijl het nog lekker warm is, is werkelijk genieten. De televisie die aan het begin van 2017 gestolen werd, hebben we - op een enkel moment na- compleet niet gemist en we hebben nog niet overwogen een nieuwe te gaan halen. 
Volle maan boven Suriname

We luisteren naar de 'fluitende kikkertjes', horen het leefgeluid van verderop en verbazen ons over het immense volume van de muziek in sommige passerende auto's. Het is al weer einde maart, morgen is het eerste paasdag en op dinsdag zitten we al weer in het vliegtuig naar huis. Waarom gaat de tijd niet evenredig langzaam als de rest in dit land?

In het huis dat wat verder schuin links van ons staat lijkt gezang aan te vangen. We zijn er inmiddels achter dat er christelijke bijeenkomsten worden gehouden. Er zijn ongelofelijk veel kerken, moskeeën, bidhuizen, tempels e.d. hier in Suriname en vooral de op christelijke leest geschoolde kerken (protestants, pinkster e.d.) zijn talrijk en hebben de meest bijzondere namen: de brandende braamstruik gemeente, Stromen van Kracht en God's Bazuin Ministerie om er maar een paar te noemen. Hoe de groep heet die in het huis bijeenkomt weet ik niet, maar dat ze zingen wel. Luid en vol overgave (en veel herhaling) prijzen zij al zingend de Heer (voor enkele uren).

In de namiddag van een zonnige eerste Paasdag zoeken wíj geen eieren, maar is er wel een ander dier op het erf dat ze volgens mij wel lust. Een kaaiman(netje)! We kunnen er redelijk dichtbij komen om hem/haar te bekijken. Hij kijkt ons wel aan maar blijft heel stil zitten. Als we weer op de veranda zitten gaat hij er pijlsnel van door; via de auto, via een kuiltje hier-en-daar maakt hij de lange oversteek naar het water. Ongetwijfeld vinden we over een paar jaar dat hij niet meer zo leuk is als hij ruim over de meter lengte is, maar voor nu het een leuke waarneming! We noemen haar/hem 'Karel', Karel de Kaaiman. We hebben dus nu 'Henk (of Herman) de Hagedis' voor alle in de tuin voorkomende hagedissen, Karel de kaaiman voor alle in de tuin voorkomende kaaimannen :-)



Karel is nog maar klein, hij is ongeveer 60/70 cm lang

Tweede Paasdag gaat, net als de eerste, lekker rustig voorbij. Net als in Nederland is hier in Suriname de tweede Paasdag - ook wel Paasmaandag- een vrije dag en er rijden dan ook niet zoveel busjes of ander verkeer. 


Manlief stelt dat we in jaren niet zo goed weer hebben gehad met de Pasen. De afgelopen jaren hebben we de paasdagen veelal op Nederlandse campings in de caravan doorgebracht en was het vaak fris en/of regenachtig. Dat goede weer bevalt wel goed! In de middag krijgen voor ons eigen 'paasgevoel' alsnog een buitje cadeau. Regen noemen ze in Su: Alen (regentijd is dus Alen Ten of alenten). Regent het hard dan zegt men 'alen alen'; het woord wordt dan gedupliceerd. Regent het pijpenstelen dan is 'Alen alen alen' de uitroep, al kent men óók een specifiek woord voor echte slagregens met rukwinden en dat is 'sibibusi'. Van slagregen en rukwinden is nu geen sprake; het regent gewoon ontzettend hard... en met dit filmpje is dan ook de verslaglegging van het Su-bezoek in maart 2018 ten einde. 


woensdag 22 mei 2019

"Goede" Vrijdag...

Manlief en ik hebben een andere Chinese supermarkt ontdekt aan de Indira Ghandi weg die we erg fijn vinden. Hij is nagenoeg gelijk aan de 'Yin Du' aan de JFK highway en heeft ongetwijfeld hetzelfde assortiment, maar op de één of andere manier vinden we het er fijner winkelen.

Eerst rijden we naar Paramaribo, want ik moet pinnen... so far so good.

Dan stoppen we bij 'de supermarkt' ook dat gaat goed.

We rijden weg en ik sorteer netjes voor om af te slaan.

Terwijl ik wacht tot een paar fietsers van de weg af zijn, is er inees een immense klap aan mijn zijde....

Ik kijk naar links en zie een scooter/brommer die ons aangereden heeft.

In eerste instantie denk ik dat ik hem aangereden heb en ben helemaal van de leg. Maar even later als ik wat meer helder na kan denken weet ik dat dit niet logisch is. Ik stond immers stil én de brommer raakte mij op mijn deur (en niet op mijn motorkap).

Ik sta echter nu op een parkeerplaats en ben helemaal van mijn apropootje.

Ik heb alle deuren op slot. Een man die op de hoek stond (dronkaard) staat een hoop stennis te maken. Hij spreekt Sranan en ik versta er niks van (daar moet ik toch echt wat aan doen!) ...

Wat nu...

Een paar keer diep adem halen.

Manlief is inmiddels uitgestapt. Zijn postuur zorgt er voor dat de 'blakaman' jongens op de brommer (het zijn er twee) niet zoveel praatjes hebben.

Ik probeer de politie te bellen. De verhuurmaatschappij heeft immers verteld dat dit moest. Er wordt echter niet opgenomen wanneer ik 115 bel...

Wat nu...

Ik zoek naar formulieren...

Niet in de auto...

Wat nu...

Het gebeurt niet vaak, maar ik raak een soort van in paniek. Of eigenlijk niet in 'paniek' , maar ik ben verre van blij.

We stappen nu uit. De jongen van de brommer is erg van slag dat hij 'bakra's' heeft aangereden. Hij kwam van de supermarkt en heeft niet goed uitgekeken. Ook zijn 'goede vrijdag' , want dat is het vandaag, is verre van goed.

Hij moet naar zijn werk, en dit komt verre van goed uit.

Ik bel de verhuurder (Cars Plus) en krijg geen gehoor.
Ik bel de politie en krijg geen gehoor.

Ik laat mijn handen voorzichtig los van mijn stuur en bedenk wat er daadwerkelijk gebeurd is.

Ik besluit overal foto's van te nemen. De voertuigen, de rijbewijzen, de bewijzen... het moet genoeg zijn.

De jongens laten alle fotografie gelaten doen.

Daarna rijden we ieder ons weegs...

|Nou, dat was me het avontuur weer wel...


TIPS en tricks:

Als je een auto huurt, contoleer altijd of de schadeformulieren in de auto aanwezig zijn.
Vraag altijd om een telefoonnnummer waar men op bereikbaar is.
Blijf 115 bellen tot men opneemt (het is niet hetzelfde als 112 in Nederland, meerdere pogingen kunnen nodig zijn)
Maak overal foto's van.
Ook al is de druk nog zo groot, vul het schadeformulier in én laat ondertekenen door de tegenpartij.