maandag 11 maart 2019

Rode oortjes....

Op 27 maart 2018 reizen we af naar Kofidyompo. Dat lijkt heeeeeel ver, maar is heel dichtbij. Het is namelijk de Sranan naam voor Lelydorp. Lelydorp (vernoemd naar professor Lely, ja die van de afsluitdijk!) is een klein dorp op de weg van Paramaribo naar Zanderij; die de Indira Ghandi weg heet.

Waarom reizen we er heen? ....

Vanwege de vlindertuin die daar is. We hebben in het vliegtuig een promotiefilmpje er van gezien en ook in diverse geprinte media is mij de vlindertuin onder de aandacht gebracht. Hoog tijd om deze bijzondere gelegenheid te bezoeken!

Mocht je ooit naar Suriname gaan (wat ik ten zeerste kan aanbevelen!) dan is een bezoek aan de vlindertuin een 'must'. Okay... het is niet een groot part, het heeft ook geen waanzinnige atracties, maar... het heeft een mooie expositie over Surinaamse insecten én de rondleiding leert je aardige feitjes (én je krijgt er stiekem OOK rode oortjes van!!!)

We rijden dus naar Lelydorp. Eerst moeten we wat zoeken. Mocht je er ooit heen rijden- je moet bij het grote bord direct de weg in en dan het aantal honderd meter rijden en niet eerst een aantal honderd meter rijden en dan de weg in (die is er namelijk niet); wat interpunctie wel niet kan veroorzaken!

Een rustige zijweg met de prachtigste percelen er aan gelegen lijdt naar de Vlindertuin in Lelydorp.
We parkeren er op een parkeerplaats die verder helemaal leeg is. In eerste instantie denken we dan ook dat het geheel al gesloten is, maar niks is minder waar.

We gaan een kleine receptie binnen waar prachtige glazen minivitrines staan met prachtige "opgezette" morpho's. Ik ben helemaal in mijn nopjes; morpho's (mooie grote blauwe vlinders) zijn mijn absolute favoriet en tot nu toe wist ik niet dat ze inheems waren; en dat terwijl ik er meerdere 'in inkt' op mijn rug heb staan.

We gaan het park binnen en zien in de 'kas' waanzinnige vlinders vliegen. We kijken onze ogen uit!! niet alleen de vlinders zijn prachtig, maar er staan ook diverse prachtige bromelia's, heliconia's en strelizia's. Bij ons dure planten, maar hier in Suriname als 'parasitair' of 'onkruid' aangezien.

Een vlinder

heliconia met een 'gesloten' morpho...




De expositie op het 'park'  laat ons kennis maken met het insectenleven van Suriname. Later leren we dat bepaalde cicaden net zoveel herrie maken als een auto-alarm (hoog, schel) en dat gerust een half uur vol houden!!!


één van de displays met diverse vlinder (met blauwe morpho's!) en een wandelende tak...

Even later worden we opgehaald door een gids. Zij maakt met ons een wandeling door een stukje 'oerwoud' naar de vlinderkwekerij. We zien aapjes onderweg in de bomen, die niet echt dichtbij komen.

Dan komen we in de kwekerij. Deze 'vlindertuin' kweekt vlinders voor tuinen over de hele wereld en als de 'dingen' nog pop zijn worden ze voorzichtig 'geplukt' en verpakt voor verzending naar het buitenland.

Voordat het 'poppen' worden, eten de rupsen echter nogal wat bladeren.
Rups van een Morpho

Nadat we uitgebreid het vlinderkroost en de 'oogst' hebben kunnen zien, lopen we verder door het woud.

Na enige minuten krijgen we toch wat rode oortjes door een erotisch gekreun. Het is nogal luid ook en het laat niets aan de verbeelding over... het gezelfschap kijkt elkaar schapachtig aan... wat hier van te maken???

Maar dan zien we waar het vandaan komt... schilpadden! 

Schilpadden hebben bij 'de daad' een nogal luidruchtig ritueel...

Maar... er komen heeel schattige schildpadjes van!!!


Na de wandeling zijn we helemaal enthousiast! Niet zozeer dat het park zo 'groots' en 'geweldig' is, maar omdat het gewoon gaaf is om er te lopen en er schitterende vlinders te zien zijn én omdat de gids zo gave informatie geeft! (we hebben het nog niet over de boa's gehad die ze ook hebben!)

Al met al; zeker een aanrader om enkele uren door te brengen!!!




woensdag 27 februari 2019

Weer eens wat anders dan tomaten en komkommers...

Hoewel mijnheer Kibrifasi behoorlijk beledigd was, is hij  toch langs gekomen. Gelukkig kunnen we de 'domme bakra' kaart nog spelen, maar dat is hierna wel over :-) .
In Suriname neem je hartelijkheid en hulp aan van mensen die het je oprecht bieden en vertrouw je verder niemand. Wat dan precies 'oprecht' en niet-oprecht is, moeten we nog leren. Kibrifasi - of hij nu wel of geen geweer gejat heeft- stoppen we in het hokje "blij om als hulp te hebben"; bovendien; als hij had willen roven, had hij het hele huis leeg kunnen halen zonder dat er een 'fowru'; (kip) naar had gekraaid.

En... we hebben onze eerste oogst!!!! Een heuse kokosnoot én wat lemmetjes (limoentjes). dat is weer eens wat anders dan een tomaat of komkommer van Nederlandse bodem... en... de lemmetjes zijn vele malen smaakvoller. Leert echtgenoot wanneer hij de hoeveelheid schijfjes in zijn cola doet die hij normaal in Nederland daar in doet; dat is ZUUR!!!! Een kwart partje is genoeg voor een frisse tropische smaak!


Overigens is het openen van een kokosnoot (dat gele ding op de foto) nog een kunstje. Wij in Nederland kennen de kokosnoot als een bruin, enigzins harig ding, maar zoals je op de foto ziet; zo ziet een kokosnoot (kronto) er uit als je hem met een hakmes vanaf de boom hakt.  En dan is het even zoeken waar je dat ding dan makkelijk open maakt. Een Srananman (Surinamer) zal zich ongetwijfeld doodgelachen hebben als hij ons aan de haal had zien gaan met het ding! Uitendelijk hebben we het door en halen vers kokoswater uit het omhulsel, dat ik met een beetje Borgoe (Surinaamse rum) en ijs weet te verwerken tot een Tropische lekkernij. En nee... ik ga niet verklappen wat het truckje is... jullie 'Bakra's' zoeken het zelf maar uit als jullie zover komen.

We hebben, net als vorige keer, weer grind laten komen en weten onze "oprit" verder af te maken. Het begint er zowaar netjes uit te zien! Steeds meer wordt het mijn paradijsje en .... ik moet bekennen... 'daar' begint steeds meer een kriebel in mijn hart (kwataki)  te veroorzaken....




dinsdag 26 februari 2019

Mun dri 2018: We zijn er weer, inclusief Tips & Tricks voor Su-gangers

Oftwel; maart 2017. Dat is het namelijk al weer als we weer terug keren in Suriname. Zoals gezegd hebben we niet aangegeven bij mijnheer Kibrifasi dat we komen en we moeten dan ook eerst een huurauto ophalen. Inmiddels weten we dat we ook bij Zanderij een auto kunnen halen tegen een redelijke prijs, maar toentertijd wisten we dat nog niet. We worden nu opgehaald door het verhuurbedrijf, naar Paramaribo gebracht waar de garage zit en daar halen we ons autootje op.

Dat is nog een heel gedoe, want de creditcardmachine werkt niet en dus moet er contact geld gehaald worden en ik kan met mijn Nederlandse bankpas niet bij elke willekeurige Surinaamse bank pinnen. Het verhuurbedrijf wil eigenlijk ook niet langer open blijven en stelt voor dan de auto de volgende dag maar op te halen en een taxi te regelen, maar daar gaan we niet mee akkoord. UIteindelijk wordt er een taxi gebeld (de auto die ons heeft opgehaald op Zanderij is namelijk al naar de volgende afspraak en kon niet blijven) en met de taxi worden we naar een pinautomaat gebracht waar we het benodigde geld pinnen, vervolgens weer terug naar het verhuurbedrijf en dan éindelijk een ruime twee uur sinds dat wij landden op Zanderij, kunnen we onze koffers in het huurautootje zetten en onderweg naar 'huis'.

We zijn zó nieuwsgierig hoe alles er bij zal liggen. Hoe zou het met de tuin zijn? Hoe zou het met het diefijzer zijn? hoe staat het huis er bij? Allemaal vragen...

We stoppen op HighWay eerst voor de boodschappen en met een volbeladen autootje rijden we naar het huis. Nog 3 bochten, nog 2, nog 1 en dan... het zandweggetje naar het huis.

We zijn enorm blij verrast. Reden we vorige keer nog een grijze massa tegemoet, nu staat het huis fris lichtblauw op een - onkruidvrij!- perceel. Mijnheer Kibrifasi heeft - zoals hij ook had gezegd- het perceel netjes onderhouden.


Het mooie is ook dat alles zo bijzonder goed gegroeid is. Kwam -toen we weggingen- het lemmetje net bij de hoogte van 40 cm, nu is deze al ruim een meter hoog. Datzelfde geldt voor de bougainvillea, hoewel deze nu niet in bloei staat, is hij wel 5 keer zo groot en ook de 'rode plant' is enorm gegroeid.

We gaan snel naar binnen want de schemering (en die duurt maar kort hier) valt in en we willen nog wel de kamers even vegen en dweilen, de badkamer en de slaapkamer schoon hebben voor de nacht. Bedrijvig gaan we al vegend en soppend door het huis heen. In de tussentijd bel ik mijnheer Kibrifasi dat we zijn gearriveerd. Die is enorm beledigd dat we hem niet hebben gebeld ons op te halen op Zanderij én hij moppert dat hij niet de kans heeft gehad het perceel nog na te lopen. We leggen uit dat we hem niet wilden belasten, maar dat vind hij maar raar.

Voor het avondeten besluiten we chinees te halen, vorige keer hebben we dat gehaald voordat we weggingen en dat beviel goed, dus nu rijden we naar dezelfde Chinees op HighWay en halen er Mifang (Mihoen) met een mix van vlees wat we bij kaarslicht op de veranda opeten terwijl de vleermuizen (fremusu) druk af en aan vliegen.

Tips & Tricks voor wie ook naar Su reizen: 
Europcar en Herz zijn wellicht de bekende merken qua autohuur, maar ze zijn ook verreweg de duurste van het stel en maken gretig gebruik van hun naamsbekendheid. Een auto huren in Paramaribo zelf (lees: niet-Zanderij) is een stuk goedkoper, nadeel is wel dat je vanaf Zanderij in Paramaribo moet zien te komen. Verblijf je op Torarica (en aanverwante hotels/resorts) of Krasnapolski, dan verzorgen die hotels (over het algemeen) dat vervoer, anders moet je óf iemand kennen (voorkeur) óf een taxi regelen (doe dit van te voren en neem niet 'spontaan' een taxi op het vliegveld!). Er zijn overigens ook bedrijven die de auto afleveren op Zanderij en/of bij je hotel/appartement, zij hebben dan geen vaste 'stand' op Zanderij en zijn wel goedkoper daardoor, maar je betaald gemiddeld 40 euro per keer voor halen/brengen van de auto op Zanderij en ongeveer 15 a 20 voor halen/brengen naar appartement/hotel.
Een auto krijg je niet altijd / vanzelfsprekend volgetankt mee (meestal kwart of half), maar je moet 'm wel vol inleveren. Een verzekering zit er niet altijd bij, let op dat je all-risk neemt (lees ook de ANWB tips en tricks over het huren van een auto in het buitenland). Bel bij schade altijd de politie (115) en vul het formulier in (later deze vakantie hebben we een - niet door ons veroorzaakte-  aanrijding en daar blijken we geen formulieren in de auto te hebben en ook de politie komt niet opdagen, dat geeft bij het inleveren behoorlijk problemen)
Kleine en luxe auto's zijn alleen voor wegen in de stad en er omheen en de regulier begaanbare wegen daarbuiten (zoals de weg naar Nieuw Nickeri en naar Mungo), wil je wat meer de 'busibusi' zien dan ben je verplicht een 4-wheel te huren. Lees de voorwaarden waar je wel en niet mag rijden met je huurauto en als je specifieke plannen hebt en je wilt daar me de auto (en niet met de bus) heen, vraag dan of je daar met je auto heen kunt. Nb; soms is het goedkoper om voor een dag een 4-wheel te huren dan de hele vakantie zo'n auto te hebben, maar let wel op dat je dan dubbel borg betaald.

Borg kun je -verwacht je- met je creditcard betalen, pinnen willen ze écht niet omdat dit lastig is met teruggave van die borg. Echter doet zo'n creditcard automaat het meer niet dan wel. Alle keren dat we het hebben geprobeerd deed de creditcard automaat het niet. Zorg er dus voor dat je - hoewel het over het algemeen in Su onverstandig is om veel geld bij je te hebben- wel je borg contant mee hebt.

Rij je schade dan verrekenen bedrijven die met je borg. Maak altijd foto's van de auto. Als het regent of heeft geregend en er zitten veel druppels op de auto zorg dan bij twijfelplekjes dat je deze voorzichtig droogwrijft en fotografeert. Wij kregen een keer discussie over een krasje dat er blijbaar eerst niet op zat en nu wel, maar we konden niet anders bewijzen vanwege ... jawel... regendruppels. Het loont dus om een kleine droogdoek mee te nemen als je de auto gaat halen/brengen.

Je kunt als Nederlander niet overal zomaar pinnen. Hakrinbank en DSB over het algemeen wel, maar VCB kan niet. Je kunt contant geld meenemen en dit wisselen bij een cambio, dat doen de meeste mensen. Wij vinden het zelf wat minder, want er hangen vaak vage figuren bij zo'n cambio en als 'sabanabubawan' (withuidige) ben je een soort uithangbord dat je geld hebt. Ik neem zo min mogelijk cash mee naar Su en pin bij Hakrin en/of DSB. Overigens kun je per keer maar 1000 SRD (hakrin) of 2000 SRD (DSB) pinnen, maar je kunt wel meerdere keren achterelkaar pinnen. Bij winkels kun je over het algemeen niet afrekenen met je creditcard en niet met je pinpas (alleen soms met een local bankpas).

Wil je kunnen bellen in Su tegen lokaal tarief, koop dan een pre-paid sim. Op Zanderij kun je - terwijl je staat te wachten op je koffer- bij Digicel een sim kopen, als je een telefoon mee hebt activeren ze hem ook voor je. Overigens had ik vorige keer iets met een databundel, maar werkte op de één of andere manier niet goed, dus dat moet ik nog uitzoeken. De andere provider is Telesur, ook die bieden pre-paid kaarten. Verblijf je in Paramaribo dan zijn er trouwens genoeg gelegenheden waar gratis wifi is, dus overweeg of je alleen bellen nodig hebt of bellen en data...

zaterdag 23 februari 2019

Intriges, intriges...

Manlief en ik zijn al weer een tijdje terug in Nederland en we hebben net mijnheer Kibrifasi gebeld of alles in orde is. Na de gebruikelijke koetjes en kalfjes zijn we weer gerust gesteld en hebben we het over de volgende keer als we weer naar Su gaan.
Dit keer gaat echter vrij kort na het belletje nog een keer de telefoon. We horen aan de andere kant Dana zeggen: "mijn tegoed is bijna op, belt u me terug?". We kijken elkaar ene beetje vreemd aan. Zou er wat met mijnheer Kibrifasi zijn? Ik kan me niet voorstellen waarom ze anders zou bellen.

Enkele ogenblikken later heb ik Dana weer aan de lijn. Er is niks met mijnheer Kibrifasi aan de hand, althans niet qua gezondheid, maar er is wel veel te dóen over mijnheer Kibrifasi. Wat er volgt is een soapserie waardig. De tirade van Dana begint met 'u moet mijnheer Kibrifasi echt niet vertrouwen' en 'wat hij net over de telefoon zegt is niet waar'... en dan vervolgens nog wat uitspraken in die richting. Daarna begint een heel verhaal, wat blijkbaar mede de aanleiding is geweest voor het belletje. 

Blijkbaar is de dochter van Dana enige tijd geleden getrouwd. Voor dit huwelijk mocht ze gebruik maken van het erf van mijnheer Kibrifasi. Nadat de hele handel was geregeld heeft mijnheer Kibrifasi, zo gaat het verhaal, de boel gefrustreerd en tijdens de huwelijksdagen (want Hindostaans dus langer feest) schijnt mijnheer Kibrifasi behoorlijk last te hebben gehad van zijn kwade dronk. Zo heeft hij het water op het perceel laten afsluiten en pas na enige tijd weer aan gezet. Tijdens de plechtigheden en op de huwelijksdag zelf heeft hij tegen de schoonouders diverse malen gezegd dat hun nieuwe schoondochter een H**r zou zijn en nog meer van dergelijke benamingen. Ook daarna heeft hij zich vervelend opgesteld, door weer het water af te sluiten zodat er niet afgewassen kon worden en ervoor te zorgen dat de stoelen en tafels niet opgehaald konden worden en nog meerdere pesterijen. 

Toch moet er in de afgelopen uren wat zijn voorgevallen waardoor ze nu belt, want het trouwfeest is al weer enkele weken geleden geweest. Wat het precies is wordt me niet helemaal duidelijk, maar dat het een ruzie heeft veroorzaakt is wel heel evident. 

Dan komt er ook nog een ander aapje uit de mouw. Mijn oom had namelijk een wapenvergunning en had een geweer. Toen ik de eerste keer in Su was, kwam ik de case tegen waarin het geweer had moeten zitten en de papieren die er bij hoorden alsmede wat andere accessoires er van en de kogels. Mijnheer Kibrifasi vertelde mij dat de politie het geweer had meegenomen zodat het in beheer gehouden kon worden. Ik heb er verder geen werk van gemaakt, want ik zelf heb immers geen vergunning en wat moet ik met zo'n ding als ik geen specifieke kluis in huis heb en grotendeels weg ben.  
Dana geeft nu echter een andere lezing. Mijnheer Kibrifasi schijnt het geweer meegenomen te hebben en zo te horen maakt hij er regelmatig gebruik van om mensen mee te dreigen. Wat nu ook het geval was geweest volgens haar relaas.
Dat maakt het wel logischer dat bepaalde zaken die normaliter ook door de politie meegenomen zouden zijn met een wapen nu nog in huis waren. Maar wat moet ik met deze informatie?

Als ik Kibrifasi er op ga aanspreken, weet hij dat ik een ander informatiekanaal heb. Kibrifasi is degene die alles in de gaten houdt en volgens mij doet hij dat prima? Al is er nu wel wat twijfel, vooralsnog is het wel mijn aanspreekpunt daar en tot nu dit wapen-verhaal heb ik geen reden gehad om anders te denken.

Dana kan echter een rare zijn, ook haar heb ik diverse keren als een kat in het nauw rare sprongen zien maken en apart zien reageren. Daarbij heeft Dana een grote voorliefde voor geldelijke vergoedingen - voor niets gaat de zon op bij haar - voor de 'ondersteuning' in februari bleek ze achteraf ook een financiële bijdrage te verwachten, net zoals voor het koken dat ze in die weken heeft gedaan. Hoewel Mijnheer Kirbrifasi haar geld heeft gegeven, verwacht ze dat blijkbaar ook van mij en ik zou niet weten waarom, want behalve overal naar mee willen en zich tegenaan bemoeien, heeft ze geen zaken voor mij geregeld. Daarbij ziet ze volgens mij het beheer van het perceel tegen vergoeding wel zitten; er zal vast een hoop eigenbelang achter zitten. Dat ze echter nu vanuit het niets ineens belt is wel heel vreemd, dus er zal ongetwijfeld een kern van waarheid in haar verhaal zitten; althans wél vanuit haar beleving. Maar waarom vindt ze dat ik me ergens mee moet bemoeien?

Zucht, waarom gaat niks nou eens normaal en van een leien dakje.

Manlief en ik praktiseren nog wat na, na dit vreemde telefoontje. Het heeft ten minste 20 minuten geduurd en volgens mij ben ik een klein kapitaal aan belkosten naar Su kwijt. Veel wijzer ben ik er ook niet van geworden. Manlief besluiten om de eerstvolgende keer dat we naar Su gaan niet aan mijnheer Kibrifasi en/of Dana te vertellen wanneer we precies gaan en gewoon met een huurautootje vanaf Zanderij te reizen in plaats van ons op te laten halen en te laten brengen. We kunnen dan naar het huis gaan en checken of alles - volgens afspraak- netjes wordt bijgehouden of dat het alleen maar geregeld wordt als Kibrifasi weet dat we komen.... we zijn benieuwd hoe dit gaat lopen...

zondag 10 februari 2019

Laatste daagjes van Su 08-2017, een avontuur met de bus en een afgesloten vliegveld...

We hebben inmiddels opgegeven dat Roedijk aannemingsbedrijf nog langs gaat komen om de deur van het diefijzer te herstellen. Ik heb inmiddels aan mijnheer Kibrifasi gevraagd of hij een deur kan laten maken bij iemand die hij kent. 

Ook bij de notaris konden we niet terecht. Er zijn volgens de receptioniste geen plekjes meer voordat wij naar Nederland vertrekken, maar volgens mij heeft ze - net als de receptioniste bij de bank- compleet geen zin om ook maar wat voor een 'Patata' te doen (wat je uitspreekt uit als ''tatta" en wat 'Nederlander' betekent). Omdat ik niet ook de laatste dagen van deze vakantie wil verprutsen aan wachten en zorgen, besluit ik het er maar bij te laten en het een volgende keer na te jagen.

Er zijn nog een paar plekken waar ik graag wil kijken. Ik zou graag de grote markt bezoeken en Fort Amsterdam, daarnaast wil ik graag de creoolse keuken proeven. Volgens de ANWB-reisgids is 'Uncle Ray's ' op waterkant daar een goed adres voor. 

De laatste dagen besteden we, net als andere dagen, 's morgens aan wat klusjes en ook wat afrondende zaken zodat het geheel er netjes bij ligt voor als we de volgende keer weer komen. 's Middags gaan we 'wandelen'.  

Eerst rijden we naar Leonsberg, waar we eigenlijk hopen een glimps van de oceaan op te vangen, maar gezien er - als we aankomen- een beetje onguur uitziende groep hangt bij de parkeerplaats van de steiger en de warung, besluiten we te keren en via enkele 'gaan we links, gaan we rechts' terug te rijden naar Paramaribo; zo avontuurlijk zijn we (nog) niet. Omdat het al wat later op de dag is, heeft het ook niet echt zin meer om uitgebreid naar de grote markt te gaan, we lopen nog een rondje centrum en besluiten dan een hapje te doen bij Uncle Rays. 

Terwijl we een saté eten en wat kleine snackjes, helaas is er nog geen moksi, kijken we naar het damspel van twee mannen. Het gaat er redelijk fanatiek aan toe. Veel verstaan doen we trouwens niet, niet zo zeer vanwege de taal, maar vanwege de immense ventilator die draait. Het is zo'n ventilator die je normaliter op de 'zwamp-boten' uit Florida ziet; goed voor het aandrijven en voortbewegen van zo'n bootje, maar veel te groot voor een klein eettentje. Ik maak ook nog een foto vanuit 'uncle Ray's' van het gebouw aan de overzijde, het is het ministerie van volkshuisvesting. 

Vanuit Uncle Ray's zie je achter de boom het vervallen ministerie van Volkshuisvesting,
dat zet je aan het denken over de staat van de huisvesting …

De dag er na rijden we naar Fort Amsterdam. Helaas zijn we aan de late kant, het openluchtmuseum gaat om 17:00 weliswaar pas dicht, waar het meeste in Suriname om 14:00 uur dicht gaat, maar gezien we - door wat zoekwerk en onderschatte afstand- er pas om 15:00 arriveren, we vinden het zonde van het geld om maar zo kort het museum te bezoeken dat nog maar even open zal zijn. Gezien het terrein - volgens de folders- behoorlijk groot is, bewaren we dit ook voor een volgende keer. We lopen wel over de oude wallen die buiten het museum liggen, maar ook hier is het eigenlijk heel stil en voelen we ons niet helemaal veilig door een zwerverachtig type die ons van een afstand in de gaten loopt te houden. We besluiten dus snel terug te gaan naar de auto en terug te keren naar het huis.

Fort Nieuw Amsterdam; het bruggetje leidt nergens naar toe (of het voetpad dat ooit was, is nu begroeid)

Op de laatste dag beginnen we de grote afsluit-ronde. Als ik de gordijnen opbindt valt er ineens een ieniemienie gekko op de grond. Hij is ongeveer zo lang als de doorsnede van een twee eurostuk, maar is helemaal al gevormd als een volwassen exemplaar. Ik probeer hem op te pakken zodat ik hem buiten kan zetten, maar hij is ook net zo vlug als het volwassen exemplaar en al snel kan ik het diertje niet meer vinden.

Kleine gekko

Vervolgens rijden manlief en ik naar Paramaribo om ons huur-tutuutje terug te brengen. We verbazen ons er over dat we al redelijk goed de weg weten te vinden in de stad, we rijden in een keer goed naar de verhuurder - inclusief het correct inrijden van het 1-richtingsverkeer. Vervolgens lopen we safri safri terug naar het busstation.

We moeten echter behoorlijk lang wachten dot de bus weg rijdt. In de bus zit pas &eamp;&eamp;n andere passagier als wij instappen. De chauffeur stapt even later uit en gaat op zijn dooie gemakje naar de markt, waar hij in de menigte verdwijnt. Pas een ruim half uur later komt hij terug. Daarna gaat hij in de bus zitten, maar - hoewel er inmiddels twee passagiers bij zijn gekomen- maakt nog geen aanstalten om weg te rijden. Pas nadat na een uur de hele bus gevuld is, start hij de motoren (en dus de airco!) en rijdt weg. Manlief en ik zijn blij dat hij eindelijk vertrokken is, want we hebben nog wel wat in te pakken voordat mijnheer Kibrifasi ons komt halen om naar het vliegveld te gaan en de tijd tikt langzaam richting dat tijdstip.

We zijn goed en wel enkele honderden meters de Highway op gereden als de bus ineens naar de berm uitwijkt en abrupt stopt. De chauffeur stapt uit, loopt om zijn bus heen, loopt naar de voorkant, kijkt naar de motor en schudt dan zijn hoofd. Terwijl hij zijn mobiel pakt en er verwoed in begint te praten, stappen de passagiers de bus uit en gaan in de berm, in de volle zon staan. Een vrouw heeft een paraplu mee die ze openklapt voor wat schaduw.  Terwijl we in de berm staan komt de ene na de ander bus voorbij; uiteraard helemaal afgeladen, want men gaat immers pas rijden als men vol is. Volgens de chauffeur komt er een bus aan waar we mee verder kunnen, maar het kan wel "even" duren. 

Als er na een half uur nog geen bus te bekennen is, besluiten we een '1880' ook wel 'die gele' aan te houden; dat is de taxicentrale van Paramaribo. We voelen de minachting van de overige passagiers in onze ruggen terwijl we de (koele!) taxi in stappen, maar zij weten uiteraard niet dat we nog maar kort hebben voor vertrek naar het vliegveld, het enige dat zij zien zijn twee 'bakra's' die -uiteraard- heel decadent een taxi pakken en niet het fatsoen hebben met de rest te wachten op het vervangende busje.

Ik ben echter blij dat we een ruim kwartier later worden afgezet bij het perceel en dat we de laatste dingen kunnen inpakken. Klokslag de afgesproken tijd komt mijnheer Kibrifasi aan rijden om ons naar het vliegveld te brengen. Waar we nog even een verzakking krijgen omdat we ineens niet meer de terminal op mogen en niet mogen inchecken. Het wordt niet duidelijk waarom en ik geef aan dat ik toch écht een ticket heb voor de KLM die reeds op het asfalt staat aan de andere kant van het gebouw. We mogen echter het gebouw niet in. Ik kijk op mijn mobiel waar nog net 30 procent batterij op zit en ik zoek naar mijn e-tickets; ik heb namelijk gisteren *godzijdank*  reeds ingechecked (en stoelen gekozen). Met die tickets/passen mag ik dan toch naar binnen met manlief. 

Achteraf gaan geruchten dat de boardingpassprinters het niet doen en men deze niet kan printen. Om chaos te voorkomen heeft men gewoon het hele vliegveld dicht gegooid met allerlei gevolgen voor de mensen die buiten staan van dien.  Een andere lezing is dat leden van de regering op een uitgaande vlucht moeten stappen en daardoor de hal is afgesloten. Hoe dan ook; de dame die achter ons met twee kleine kinderen probeert het vliegtuig te nemen komt het gebouw niet in en we zien haar later ook niet meer in te vertrekhal, net zoals een andere persoon die - schijnbaar- ook niet in het bezit is van een eTicket. Tip is dus: zorg altijd dat je van te voren incheckt en eTickets/ eBoardingpassen hebt (en een opgeladen telefoon); zodat je kunt laten zien dat je een boardingpass hebt; bij calamiteiten kun je dan tóch de vlucht op.

Na twee uur lopen wij in ieder geval richting de blauwe Boeing die ons weer naar huis gaat brengen!.  


zondag 23 december 2018

Aka misi pikin fowru, a grabu drey wiwiri

Letterlijk "De roofvogel mist de kleine vogel, hij grijpt droge bladeren...wat in het Nederlands vertaalt als "beter iets dan niets".

En zo was het. Manlief en ik kijken beteuterd naar de inhoud van de kluislade. De inhoud is een weerspiegeling in het klein van het huis toen ik er net kwam in februari. We tellen een meervoud van lege plastic tasjes, meerdere boodschappenlijstjes en lege papiertjes. Geen sieraden die van mijn opa en oma zijn geweest in ieder geval. 

Ik bedenk mij dat ik ook een politierapport heb gevonden in het huis van een inbraak waarbij diverse sieraden gestolen zijn; daar moeten die dan ongetwijfeld bij hebben gezeten óf mijn oom moet ze reeds langer geleden hebben verkocht. 

Ik hoopte verder een brief te vinden of iets dergelijks of een boekje met instructies, maar ook die zitten niet in de lade. 

Nadat we de lade hebben uitgemest, zien we helemaal onderin een mapje met papieren...

Ik open het mapje. Het zijn de oorspronkelijke akten van de stichting die mijn oom heeft opgericht en de oorspronkelijke eigendoms/aankoopakten van de gronden. Ook zitten er alle exemplaren in van eventuele aanpassingen die in de loop van de tijd bij de notaris zijn gedaan en ze zijn allen voorzien van stempels en zegels. Ik lees: "opvolgend bestuurder is..." en ja, dat ben ik toch echt. 

We doen de papieren weer in het mapje en in een plastic tasje en sluiten de nu lege lade. 

SInds dat ik wist dat er een kluis was is mijn fantasie soms rijkelijk met mij op de loop gegaan en andere keren was de inhoud precies zoals ik deze nu heb aantroffen. Ik herinner mij het gevoel dat ik had toen ik voor het eerst in het vliegtuig naar Suriname ging, waarbij ik mij had voorgesteld in een tropisch paradijs te komen en een betonnen onafgemaakte woning aantrof waar ik 38 zakken rommel uit heb gehaald en zo voelde ik me nu ook. 

Ik heb ineens behoefte aan een kokoswater met flink wat rum. 

Als we bij het huis aankomen en 'de straat' op rijden en het nu netjes geschilderde huis zien staan en het opgeruimde erf, besef ik mij ineens dat het allemaal zo slecht niet is. Het is maar wat je er van maakt en voor mij verschijnt ineens het tropische paradijsje waar ik in februari van droomde en dat het door mij ervaren 'niets' in de kluis eigenlijk heel waardevol is; het vertelt namelijk dat ik dat paradijsje mag beheren.

In de kluis waren dan geen 'verdwenen miljoenen', het huis was geen 'hemels paradijs'. Ja, dingen gaan niet van een leien dakje en tot nu toe heb ik geen gemakkelijke weg bewandeld. Ik ben voorgelogen, bedrogen, bestolen en had zorgen over een compleet niet verzekerde oom, had nachtmerries van het lichaam dat ik had moeten identificeren, angsten over van alles die ook nog maanden in Nederland had, ik maakte mij zorgen over vergiftigde honden en wat nog niet meer.  

Maar nu ik weer op mijn veranda in de schommelstoel zit, met een 'krontowatra nanga rum' zie ik in dat ik rijker ben dan ik tot nu toe had durven dromen. Ik ben een schat aan ervaringen rijker, heb kennisgemaakt met een prachtig land mét haar eigenaardigheden, dat ik mij steeds meer in het hart sluit. En nu ik nog enkele dagen vakantie te gaan heb, bedenk ik mij dat ik vind dat ik weer veel te snel terug naar Nederland moet terugkeren en dat ik nu al weer denk aan de volgende keer dat ik met mijn beide voeten op de 'Sranangoron' zal staan....

zaterdag 1 september 2018

Basi tapu olo, meki puspusi nanga bigi dagu tron mati.

De oso van de titel vertaald als "De baas heeft het gat gedempt, waardoor de poes de vriend van de grote hond werd."  en het betekent in het Nederlands zoiets als "Vriendschap sluiten met de vijand, om een gezamenlijk doel te kunnen bereiken." of "Nood breekt wet". In de betekenis van dit laatste is deze blog geschreven.

De tijd vliegt voorbij, het is al weer de laatste week van onze vakantie (let wel: augustus 2017 is het nog steeds) in Suriname. Hoewel we nog steeds geen deur voor onze veranda hebben (en we hebben inmiddels de hoop maar laten varen dat er nog iets geleverd gaat worden) en we stroom voor van alles met verlengsnoeren moeten regelen, ziet het geheel er al een stuk netter en meer bewoonbaar uit dan toen we aankwamen. De dagelijkse klussessies hebben zeker hun vruchten afgeworpen en met de planten die we in de tuin hebben gepland ziet ook de tuin er wat vriendelijker uit. 

De Sranang Oso: bíjna een echt vakantiehuis!
We hebben echter nog steeds niet van de bank gehoord, ondanks de belofte dat dit uiterlijk dinsdag (van vorige week) zou gebeuren en de nieuwsgierigheid naar de inhoud van 'dé kluis' is er niet minder op geworden. Net als met de deur voor de veranda, verwachten we niet dat de bank, voordat we weer afreizen naar Nederland, contact met ons gaat opnemen. Met beloften en toezeggingen neemt men het blijkbaar niet zo nauw hier is mijn perceptie.

Na lang wikken en wegen rijden we richting Paramaribo en besluiten de bank dan in persoon nog maar een keer te bezoeken. 

Het is een drukte van jewelste daar. Er staan lange wachtrijen voor de diverse balies. Ik leer dat aan het einde van de maand, als de salarissen zijn overgemaakt, iedereen bij de bank zijn geld in contanten weer opneemt om vervolgens bij de diverse nutsbedrijven aan een loket weer contant de rekeningen te voldoen. 

De dame aan de informatiebalie loopt, nadat we hebben aangegeven waarvoor we komen, naar een kantoortje en komt vervolgens weer terug dat er niks bekend is en dat we moeten afwachten. Dat valt dus tegen. En dan doen we iets dat we normaliter niet zo snel zouden doen, we vertellen dat we de volgende dag al zullen terug vliegen en dat er dus geen tijd meer is om af te wachten, dit terwijl het pas maandag is en we zaterdag pas terug vliegen. Ik geef de dame de naam van mijn contactpersoon die mij eerder - via de mail toen ik nog in Nederland was- had verzekerd dat met de benodigde papieren en zo geregeld zou zijn. De dame pakt de telefoon en begint te bellen. Daarna loopt ze weer naar het kantoortje en komt met de papieren terug in hetzelfde mapje waarin zij ze had gestoken toen we de eerste dag op bezoek waren; er was werkelijk NIKS mee gedaan. 

Ze loopt vervolgens naar de zijkant van de balie en neemt ons mee de bank door naar een andere ruimte. Een soort kantoortuin met een rij stoelen aan de zijkant en vraagt ons er op plaats te nemen. Ze loopt zelf door naar een met schermen afgebakend stukje kantoor en overhandigd de persoon die daar zit het mapje. Vervolgens loopt ze weer de kantoortuin uit naar de balie, terwijl ze ons een beetje hautaine blik toewerpt. Men maakt er hier qua houding geen geheim van wat men denkt van 'bakra's' en geloof me; dat is niet zo positief.

Even later komt er een vrij lange man uit het afgeschermde hokje gelopen. Het is blijkbaar een manager en hij schudt ons vriendelijk de hand. Het blijkt dat wel degelijk wat met het mapje gedaan was; mijn email is er namelijk in print aan toegevoegd en men weet dus blijkbaar al lang dat ik zou komen met de papieren en dat vrij spoedig afgehandeld moest worden. De man geeft aan wat de nog openstaande kosten zijn van de kluis en dat er ook nog retourgelden zijn te verwachten omdat er borg is betaald. Omdat die borg in euro's is betaald is dus de bedoeling dat ik de rekening in SRD voldoe en dat ik daarna de borg in Euro terug krijg. 

Hij loopt mij voor naar één van de balies en zegt zonder pardon tegen de eerstwachtende in de ellenlange wachtrij dat deze moet wachten omdat wij onze zaken eerst moeten afhandelen. Ik kan je vertellen hoe de blikken dan zijn van die wachtenden en ook dat is weinig vriendelijk en bevestigd dat men weinig op heeft met 'bakra's' die in hun ogen 'alles kunnen maken'.  Enigszins bezwaard maar blij ik niet uren in de rij hoef te staan loop ik naar het loketje. We overhandigen de benodigde papieren en het geld voor de rekening. We krijgen keurig een handgeschreven kwitantie van de transactie en vervolgens worden de euro's besteld voor de uitbetaling van de borg (deze valuta wordt speciaal gehaald want die heeft men niet standaard aan het loket). Enige minuten later wordt, met kwitantie, ook dit bedrag uitgekeerd. 

We lopen weer naar de kantoortuin en gaan zitten op het rijtje stoelen, de manager komt echter al snel aangelopen dus we zitten nog geen minuut en kunnen dan mee naar het kluisloket. 

Het hele ritueel van papieren en identificatie, al eens doorlopen in februari, wordt weer herhaald en vervolgens mogen we door de verschillende hekken naar de kelder waar de kluisjes zijn. Hier moeten we weer plaatsnemen op een rijtje stoelen terwijl een bewaker de registers nakijkt. 

En dan is het zo ver. We mogen door naar de ruimte waar de kluisladen zijn. Papieren in orde, twee sleutels... dit is eindelijk groen licht.

De kluis word geopend en er wordt een lade uitgetrokken. De bewaker verlaat de ruimte zodat wij de lade kunnen openen....

En dan zien we eindelijk wat er in dé kluis zit.....