zondag 24 september 2017

Nanga opo mofo

lees deze post ná 'Ingi Dei...' - door vage redenen is de volgorde van de post wat in de war geraakt, ondanks op juiste volgorde publiceren...

Oftewel: 'Met open mond'

Van verbazing om precies te zijn. Want verbazing is het woord van deze vakantie. Manlief viel van de ene verbazing in de andere terwijl we het rondje Paramaribo maakten. Het verkeer dat geen enkele logica lijkt te hebben, waar regels er voor de vorm lijken te zijn en veel met handgebaren wordt geregeld.  

Ministerie van Sociale Zaken en Huisvesting
Foto door : Adri Vollenhouw
De mate van verval bij sommige van de prachtige, koloniale panden, zoals het pand van het ministerie van sociale zaken en volkshuisvesting; dat notabene op de wereld erfgoedlijst van de Unesco staan. Ze staan soms naast prachtige, minutieus gerestaureerde exemplaren.

De prachtige huizen aan de Suriname rivier, waar hoge hekken en camera’s voor veiligheid moeten zorgen. Nog geen vijf minuten later rijden we langs huizen die met moeite nog overeind lijken te blijven staan en die een dak hebben van gebutste golfplaten.

Verbazing over de vele casino’s die er op zo’n klein stukje land zijn en de ratio die er is tussen casino en aantal inwoners. Het ene gebouw is nog uitbundiger verlicht dan de andere.

De grandeur van hotel Torarica en de teneur van de stoepen even verderop in de buurt van de ‘Waterkant’ en de ‘Grote markt’. De trieste aanblik van het onafhankelijks plein, omringt door hekwerk en met lelijke hopen zand hier en daar (hoe anders zag het er in februari uit!) en het dan weer het statige presidentieel paleis er tegenover.

Ook ik verbaas me enigszins als we ineens afslaan bij een straat waar ik zelf nooit ingereden was. Dat verbaasd mij ook van Mijnheer Kibrifasi, die steevast weigert  ’s avonds ook maar de stoppen in de buurt van een pinautomaat. Hij rijdt echter stoïcijns door. Niet veel later rijden we langs een aantal warungs en dát is exact waarom we hier zijn.

Het blijkt een straat in de wijk Blauwgrond te zijn en het is dé locatie die bekend staat om de vele Indonesische eethuisjes; de warungs. Bij één van de warungs weten we een parkeerplekje te scoren, het is overal super druk en het is ook voor een tafeltje een pittige zoektocht, maar gelukkig is bij de warung waar mijnheer Kibrifasi wil eten een plekje beschikbaar.  Manlief, Dana en mijnheer Kibrifasi, bestellen alle drie een nasi. Ik ga voor de tofu, denkende dat een vegetarische maaltijd wat lichter zal zijn en ik het makkelijker op kan.

Dawet
foto: Inge van
https://www.tastingstories.com
Niks is minder waar. De maaltijd – die super vers wordt bereid terwijl je wacht - is ten eerste verre van vegetarisch en het is écht een heel bord vol!  Bovenop de tofu is een hele berg met kip kunstig opgestapeld. Ik vraag mezelf af hoe het zo kunstig blijft liggen.  Ik ben blij dat ik niet net als mijnheer Kibrifasi er een dawet bij besteld heb, maar een flesje water dat ik kan afsluiten. Zo veel eten en dan ook nog een drankje op moeten drinken had ik nooit gered. Het eten is gelukkig niet ‘faya’ , de sambal werd apart geserveerd, en ook manlief eet met veel smaak de nasi die hem is voorgezet op.

Op de terugweg zien we nog een staartje van de Ingi Dei, het feest is nu grotendeels voorbij, maar er lopen nog vele mensen in de prachtigste traditionele kledij over de straten. Helaas is door deze feestdag Waterkant ook erg druk en we kunnen met geen mogelijkheid een plekje vinden voor de auto om er te parkeren. Die djogo moet dus wachten tot later. Jammer, want het ziet er druk, gezellig en bruisend uit als we er langs ‘cruisen’.


Ik stel voor om dan een drankje op onze veranda te doen, maar zowel mijnheer Kibrifasi als Dana lijken daar niets voor te voelen, dus manlief en ik worden keurig bij het huis gedropt. Manlief en ik besluiten nog wel even te genieten van de avondlucht en drinken nog een drankje voordat alle deuren weer stevig vergrendeld worden voor de nacht. 

dinsdag 19 september 2017

Ingi Dei, Wintjies en Raven

lees deze post voor 'nanga opo mofo' - door vage redenen is de volgorde van de post wat in de war geraakt, ondanks op juiste volgorde publiceren...

Net even voor zevenen in de ochtend zitten we aan het ontbijt. Gisteren heb ik – behalve gekoelde haring- ook een ontbijtpakket samengesteld, omdat ik er al zo’n vermoeden van had dat ik niet in de gelegenheid zou zijn zelf naar een supermarkt te kunnen en ik wilde mijnheer Kibrifasi niet laten opdraaien voor een grotere boodschap dan wat flessen water en frisdrank.

Even baal ik er van dat de ‘Nescafé Gold’ niet meer goed blijkt te zijn, geen koffie – ook al is het een oplosversie- om de dag te starten. Ik schenk maar een groot glas cola in; cafeïne is cafeïne, ook al is deze versie voorzien van een grote hoeveelheid suiker en bubbels.

De tuin achter het huis... met veel dorre struikjes
Na het ontbijt gaat manlief poolshoogte nemen in de tuin en ik maak een grote emmer met sop om alles weer goed onder handen te nemen. De muren kunnen wel een flinke schrobbeurt gebruiken zo te zien.

Eigenlijk hadden we andere plannen. Zo wilden we heel graag vandaag al naar de bank om ‘de kluis’ te regelen en ik wilde ook graag naar de notaris om de papieren op orde te brengen, ook wilde ik graag naar een specifieke winkel om verf te halen. Ik hoopte dat vandaag mijn verzonden doos bezorgd zou worden. Ik verheugde me al op de levering van twee kasten en nog meer op mijn schommelstoel die ik eerder heb besteld bij ‘Meubels & Meer’; een initiatief van Unu Pikin, een stichting in Paramaribo die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een mogelijkheid biedt om toch aan het werk te zijn en mooie dingen te maken.

Helaas. Niks van dit alles gaat vandaag gebeuren. Het blijkt een nationale feestdag in Suriname te zijn. Het is de dag der inheemsen, oftewel Ingi Dei. Dat betekent feest, maar ook dat alle instanties en winkels gesloten zijn. Het wordt dus een dagje- in-en-om-huis bezig zijn.

Manlief besluit de een aantal gordijnen af te halen en alvast in een emmer wasmiddel te zetten. Hij schrikt zich een hoedje als vanachter één van de gordijnen een klein wit hagedisje wegschiet; het is een ‘wintjie’ (?)  zoals ze volgens mij hier worden genoemd; een wittig, doorzichtig reptieltje (je ziet zelfs de eieren zitten als ze die dragen!). Ik zelf begin met het schrobben van de muren.

Even later zie ik in mijn ooghoek manlief tussen de verdorde struikjes scharrelen, zich bukken, een struik vastpakken en deze uit de grond trekken. De tuinman in hem komt wel los op zo’n stuk grond waar van alles en nog wat te doen en op te knappen is. Ik roep naar hem dat hij zijn hoge schoenen en een paar handschoenen moet aantrekken (de kaplaarzen en goede werkhandschoenen zitten nog in de te arriveren doos) en dat hij voordat hij struiken gaat trekken er eerste een paar keer doorheen moet slaan met een lange stok. In eerste instantie snapt hij niet dat ik zo’n ophef sta te maken, maar als ik hem uitleg dat hier toch echt slangen en andere beestjes leven die een stuk minder onschuldig zijn dan de gemiddelde regenworm en kruisspin die we in Nederland kennen, gaat hij gelijk uit de slippers en komt hij in zijn stevige wandelschoen en gewapend met een lange stok weer tevoorschijn.

Lunch met de complimenten van mijnheer Kibrifasi
Terwijl we beide bezig zijn met onze eigen klusjes, komt mijnheer Kibrifasi de weg op gereden. Volgens mij is hij hartstikke nieuwsgierig naar wat we allemaal uitspoken. Hij vraagt of we wat nodig hebben en ik zeg hem dat ik – mede omdat ik nog geen geld heb kunnen pinnen – nog niet in de gelegenheid ben geweest om eten voor de lunch en het avondeten te kopen, naast het feit dat ik op dit moment geen gas heb om mee te koken. Mijnheer Kibrifasi zegt dat hij rond één a half twee terug zal komen met eten, een potje oploskoffie en een pak melk.  De melk en de koffie komt hij vrijwel direct weer terug brengen, hij heeft in ieder geval onthouden dat voor mij een dagstart zonder koffie geen goede start is. Daarna rijdt hij gelijk weer weg.

Precies tussen één en twee komt mijnheer Kibrifasi weer aangereden. Hij heeft een tasje vol bakjes bij zich. Ik nodig hem uit om te blijven eten, maar hij heeft van alles te doen en gaat eigenlijk gelijk weer weg. We spreken nog wel af om ’s avonds ‘een wandeling’ (dus: autoritje) te maken naar Paramaribo en daar wat te eten. Hij zal rond half zeven ons komen ophalen.

Het eten is een mengelmoesje van allerlei Sranan nyang (Surinaams eten). De kip is wat aan de pittige kant en manlief loopt even rood aan als hij probeert te blussen met wat aangemaakte komkommer, die uiteraard helemaal niet van de verkoelende variatie is. Dat weet ik inmiddels wel, maar voor hem is het dezelfde ‘faya-verrassing’ als dat het begin dit jaar voor mij was.

Het eten dat over is, pakken we weer netjes in en zetten het in de koelkast. Altijd lekker voor een later snackje of in aanvulling voor de lunch morgen. Daarna buiken we nog even uit op de veranda alvorens weer beiden een paar uurtjes wat te doen. Manlief gaat de door mij aangeschafte stoel- en bankhoezen neerzetten en de eettafel en zithoek omwisselen (het is nu te heet om wat in de tuin te kunnen doen) en ik ga weer verder met mijn bleek-muur-missie.

Gewassen gordijne, schone muren en frisse stoelhoezen,
dat isal een heel ander gezicht dan eerst!
Ruim voordat mijnheer Kibrifasi ons komt halen, springen we om de beurten onder de douche. Ik had me voorgenomen om snel een elektrisch boilertje aan te schaffen en had voor tot die tijd van die kampeer-zonne-douches geregeld, maar het water uit de douche is heerlijk lauw en niet zo koud als in mijn herinnering. Dit is prima te doen!

Manlief is zich nog aan het aankleden als mijnheer Kibrifasi al weer aan komt rijden. Even kijk ik op de klok of wij zo laat zijn, maar dat is niet zo; mijnheer Kibrifasi is erg vroeg. Op de stoel naast hem zit ‘de arbeider’, dezelfde man die maandelijks mijn perceel rijkelijk voorziet van pesticide om het onkruid tegen te gaan. Ik ben blij dat het perceel bijgehouden wordt, maar kan dat nu niet zonder die rommel?

We rijden naar het huis van de arbeider, dat vlak achter het huis van mijnheer Kibrifasi ligt. Manlief kijkt zijn ogen uit naar hoe het land er uit ziet. Hij is – ook omdat hij verre van gek op vliegen is- nog nooit buiten Europa geweest. Hij valt van de ene verbazing in de andere en grinnikt wanneer mijnheer Kibrifasi zegt dat we nu ‘highway’ op rijden.

We stoppen nog even bij Dana’s huis om te vragen of ze mee gaat vanavond. Het is een vreemde situatie. Sam zwaait enthousiast op de achtergrond. Dana kijkt alsof ze net door de onweer is geraakt, zo boos. Maar ze mompelt wel iets en wij rijden verder.  Terwijl mijnheer Kibrifasi als vanouds weer moppert op Dana en “hoe het is”.

Dat is nog niks met de weg naar Kibrifasi’s huis, het is er niet beter op geworden sinds ik hier in februari was. De weg zit vol met kuilen en is nu ook nog enigszins stoffig omdat het minder is gaan regenen.  Het is bijna ‘grote droge tijd’. Terwijl we van links naar rechts schudden in de auto babbelt en moppert mijnheer Kibrifasi er lustig op los.

Raaf
Nadat we de arbeider hebben afgezet, gaan we kort langs mijnheer Kibrifasi’s huis. De dame uit Guana woont er nu niet meer, dat is nu een andere bewoner geworden. Ik laat manlief zien waar ik iedere dag zat op het erfje en ik laat hem de raven zien die vanaf het erf te zien zijn op een ander erf. Overigens zijn raven hier in Suriname niet de raven die wij kennen als die grote zwarte vogels, raven zijn hier de vogels die wij kennen als ara’s. Ik laat het kippenhok zien en vertel over het erf – helemaal begroeit- achter het muurtje, inclusief de kokosbomen en de kokosnoten die Dana plukte op de dag dat ik terugvloog. De gasfles en de wok waar mijnheer Kibrifasi op kookte is – tot grote ergernis – gestolen, notabene op klaarlichte dag!

Na enkele minuten komt mijnheer Kibrifasi weer naar buiten en zijn we klaar om een wandeling om- en in Paramaribo te maken. 

maandag 18 september 2017

Mevrouw Helderder

Terwijl manlief en ik kamp opzetten, sluit mijnheer Kibrifasi de hydrofoor aan. Tijdens de afgelopen maanden is deze een keer droog komen te staan en maakte toen een ontzettende herrie. Blijkbaar zo erg dat ze mijnheer Kibrifasi hebben gebeld om er wat aan te komen doen. Ik maak op mijn ‘gedachtenlijstje’ een aantekening dat ik meer informatie over hydroforen en hun onderhoud moet leren; voor dit soort dingen wil ik niet afhankelijk zijn van een vakman die ik moet bellen, want dat kan hier in Su wel even duren voordat die er is en dan is het nog maar de vraag of je niet afgezet wordt.

Ik open eerst alle ramen; het ruikt gelukkig niet zo muf als ik had verwacht en ook de “andere geur” waar ik voor gevreesd had, is maar zeer minimaal aanwezig. Het schoonmaakwerk in februari heeft toch zijn vruchten afgeworpen.

Deurstopper met alarm
Manlief heeft in de tussentijd met mijnheer Kibrifasi de koelkast aangezet, daarna is hij – nadat we mijnheer Kibrifasi gedag hebben gezegd- het huis gaan verkennen. Buiten is het al zo donker dat het weinig zin heeft daar iets te bekijken en bovendien hebben we alles inmiddels goed op slot zitten. Bij de vooringang (die bestaat uit twee openslaande deuren), heb ik bij beide deuren een ‘alarmwig’ gezet. Zodra daar iemand probeert naar binnen de komen, zal de wig de deur tegenhouden, maar zal ook gelijk een alarm worden geactiveerd van meer dan 95 decibel.

Ik haal daarna direct een bezem door het huis en maak een hete sop met natuurlijk die lekker ruikende Fabuloso. De wc en de douche zet ik in de pure bleek die ik daarna afspoel en ik haal een doek met bleek over de aanrechtbladen. De belangrijkste dingen zijn in ieder geval wat schoner.
Één van de megagrote tassen die ik heb meegenomen, is afgeladen met allerlei spulletjes voor in huis die ik gelijk wil gebruiken. In de grote doos die nog onderweg is, zitten alle doe-het-zelf spullen en spullen die niet zo’n ‘haast’ hebben.

Deze plakken
- in ieder geval bij hogere temperaturen -
voor geen meter
Als eerste komen vier ‘plakhaken’ uit de tas. Ik verwachtte immers geen gereedschap te hebben om vier haakjes in het plafond te schroeven en ik wil als eerste de klamboe boven het bed ophangen. Ik maak een stukje van het plafond schoon waar de ‘plakhaak’ moet komen. De eerste blijft prima plakken, maar nummer twee, drie én vier komen – ondanks verwoede pogingen – weer naar beneden. Ik mopper (is hier een eufemisme) er stevig op los, maar hoe ik ook probeer; de belofte die Tesa doet dat het een geweldig alternatief is voor het bevestigen van haken waar je niet kunt boren is – en misschien is het een temperatuurding- verre van waargemaakt. 

Ik bedenk met dat ik een doosje met paperclips heb gezien in één van de laden in de keuken en maak er provisorisch drie haakjes van die ik tussen de kunststof schroten weet te duwen. Daarna kan ik de klamboe prima ophangen. Het zweet gutst me van het voorhoofd, want je kunt je blijkbaar heel druk maken over vier simpele haakjes.

Mevrouw Helderder
-door: Fiep Westendorp-
Voordat ik het bed opmaak, spray ik de matrassen eerst goed in met pure isopropyl alcohol en daarna spray ik er een ruime hoeveelheid anti-beestjes spul op. Het idee dat er maanden niks in huis is geweest, in combinatie met tropische temperaturen en allerlei wilde verhalen over ‘vieze matrassen in hotelkamers’, maken dat ik wellicht wat extreem ben in mijn maatregelen. Even voel ik me 'Mevrouw Helderder' uit 'Puk en de Petteflet'..
Nadat de kamer weer voldoende gelucht is, maak ik het bed op met alleen een katoenen matrashoes en een dekbedhoes om onder te slapen; dekens heb je hier verre van nodig. De oude kussens die er lagen overleven het avontuur niet; zij worden vervangen door twee spiksplinternieuwe exemplaren van de IKEA. We kunnen in ieder geval slapen in een fris bed. Manlief komt met een tweede nachtkastje aanlopen; die heeft hij ‘vrijgespeeld’ uit het kleine kamertje, waar het blijkbaar naar toe was verhuisd. Twee LEDlampjes – op batterijen- maken het af.

Mijnheer Kibrifasi is tussentijds nog even langs gekomen om wat koude frisdrank en een Parbo langs te brengen en die laten manlief en ik ons goed smaken terwijl we aan de door een klem-bureau-lamp verlichtte tafel zitten. Het is één van de drie lampen hier en alles moet met verlengsnoeren omdat het huis nog niet elektrisch gekeurd is en alles nog op bouwstroom moet. Het heeft zijn charme… ook al is het super onhandig.


Na beide een – uiteraard koude, lees: lauwe – douche te hebben genomen gaan we te bedde, al is dat niet zonder eerst een gevecht met die verrekte klamboe. Waarom raak je daar eigenlijk altijd in verstrikt? Gelukkig blijven de McGuyver-stijl haakjes, ondanks het trekken en morrelen prima stand houden. Dat kan ik van het enige Tesa-haakje niet zeggen; nog voor we goed en wel in slaap vallen kan ik nog een vierde paperclip installeren omdat het plakhaakje het niet langer houdt.
Het zijn van die dingen die je niet alle dagen doet; in je nacht-outfit op een ladder een haakje in het plafond aanbrengen. 

zaterdag 9 september 2017

Weer op Surinaamse bodem...

Het is al weer een tijd terug dat ik een blog schreef. In Suriname is het er écht niet van gekomen en bij terugkomst was er de ‘waan van de dag’ die weinig ‘safri, safri’ was, zoals velen van jullie ongetwijfeld ook herkennen.
In de tussentijd heb ik dingen op een rijtje kunnen zetten en heb ik alles nog eens in mijn gedachten de revue laten passeren. Het is me tot nu toe wel het jaartje geweest en gaat ongetwijfeld nog veel aan avonturen beleefd worden; ook in Su.

Over mijn reis in februari heb ik nagenoeg alles wel opgeschreven. Over wat er tussen die en mijn afgelopen reis gebeurde is best nog wel wat te schrijven en natuurlijk ook over deze reis zelf. Waar nu verder te gaan met mijn verhaal.?
Mijn laatste blogpost eindigde bij de avond voor mijn vlucht naar Zanderij. Het zou chronologisch dus het meest logisch zijn om daar ook weer op te pakken, maar anderzijds zijn er ook nog dingen daarvoor gebeurd die nog niet opgeschreven zijn. Hmm.

Ik kies maar voor ‘chronologisch logisch’. De ‘tussentijds’ verhalen zal ik er dan zo nu en dan in verweven. …

****

Op dinsdag ben ik idioot vroeg wakker. Ik had net zo goed de wekker niet hoeven te zetten, geslapen heb ik nagenoeg niet. Eigenlijk heb ik de hele nacht lopen malen over ditjes en datjes. Of ik alles nu echt wel goed geregeld heb thuis, of ik alles wel geregeld en voor elkaar heb voor de afhandeling van de nalatenschap, of ik alles wel gepakt heb en of ik datgene dat ik gepakt heb wat stiekem niet mag niet wordt onderschept…  Ik bedenk me dat dit precies de reden is dat ik zo graag gewoon dicht bij huis op vakantie ga. Weinig regelstress en als ik toch wat vergeten ben, dan ben ik zo weer thuis.

Ik pak de last minute-dingetjes in (de haring heb ik immers nog in de koeling staan en er moet ook een ijspak bij) en loop nog een keer alles na.  Even voor half tien wordt ik gebeld. Ik ben even gespannen, ik denk gelijk weer dat de taxi het niet gaat redden. Het is weliswaar wel het taxibedrijf, maar om te vragen waar ze precies moeten zijn. Onze wijk is niet de gemakkelijkste om een adres te vinden…

Zeer ruim op tijd komen we aan op Schiphol. Gelukkig maar, want ondanks zorgvuldig wegen, is één koffer te zwaar. De andere koffer is weer veel lichter dan ik thuis had gewogen en met wat gewissel en wat spullen overdoen in de handbagage, is het geregeld. De koffers gaan verder zonder problemen in de automatische incheckmachine.

We kopen de benodigde toeristenkaarten bij de balie van het Surinaamse consulaat in hal 3 en kunnen dan redelijk snel door de controle. Zo druk is het helemaal niet op Schiphol; ondanks de waarschuwingen over extreme drukte en lange wachtrijen. Het lijkt het weeralarm van de KNMI wel.

De vlucht naar Suriname verloopt goed. Er is redelijk wat turbulentie onderweg, maar manlief – hoewel hij enige vliegangst heeft- is wonderbaarlijk genoeg na de tweede film in slaap gevallen en merkt daar weinig van. Iets voor de geplande tijd landen we op Surinaamse bodem.

Niet anders dan in januari is daar de hoge temperatuur en de lange wachttijd voor de douane. Ik had de ervaring met de lange wacht al, maar manlief verbaast én irriteert zich zichtbaar aan de inefficiënte manier van handelen. Dat we na ruim een uur wachten beiden ook best nodig naar de wc moeten helpt niet met het beoefenen van geduld.  

Gelukkig is onze bagage gewoon door alles heen gekomen. Inclusief de haring voor mijnheer Kibrifasi; die nog prachtig koel is in het bakje met een half ontdooid (ook wonderlijk) ijspak.

Met onze bagage gaan we mijnheer Kibrifasi tegemoet in de aankomsthal. Hij praat wat vreemd en even denk ik dat de Borgoe of de Parbo spreekt, maar al snel verteld hij dat hij niet lang geleden al zijn boventanden heeft moeten laten trekken door een ontsteking en nog geen gebit heeft. Ik schaam mezelf voor mijn vooroordeel en heb best medelijden met hem. Zelf ben ik net een derde kies kwijt in mijn onderkaak en pas na de vakantie kan ik een plaatje met kunstkiezen laten aanmeten, ik kan me alleen een kleine voorstelling maken van de ellende van een heel bovengebit…

Mijnheer Kibrifasi gaat het liefst gelijk naar de auto en naar het huis van mijn wijlen oom, euh… mijn huis. Ik wil echter nog wat geld pinnen en man en ik willen ook een sigaretje roken na die 9 uur vlucht en ruim anderhalf uur wachten bij de douane. Mijnheer Kibrifasi maakt zich druk over de veiligheid met betrekking tot het pinnen, maar heeft toch geduld.

Helaas doet deze pinautomaat het niet, net als de pinautomaat bij de douane wachtrij. Mijnheer Kibrifasi zegt dat het best kan dat er niet genoeg biljetten zijn. Helaas wil hij ook later niet stoppen bij enige automaat omdat het al avond is en hij het gevaarlijk vindt.

Als we bij de auto zijn, vraagt hij of ik wil rijden. Ondanks dat ik nu wel een internationaal rijbewijs heb, vraag ik of hij toch wil rijden. Inmiddels is het donker en ik heb nog niet eerder ‘andersom’ gereden; het lijkt me omwille van de veiligheid nog beter dat hij rijdt, ook al denk ik na 10 á 20 minuten dat ik misschien beter wel het stuur had kunnen hanteren. Ik neem een grote slok van het blik koude Parbo dat mijnheer Kibrifasi nog net voor het vertrek heeft gehaald. Manlief houdt krampachtig zijn flesje Fernandez vast op de achterbank....

Mijnheer Kibrifasi stelt voor om naar zijn huis te rijden. Dan kunnen we eerst daar slapen en de volgende ochtend naar het huis. Aan de ene kant klinkt dat best aantrekkelijk, maar aan de andere kant, wil ik gewoon mijn ding kunnen doen en ook manlief wil liever gelijk naar een eigen stekkie. We rijden dus direct naar het huis in Wanica... 

maandag 7 augustus 2017

Verzamelwoede en harinkjes

Nu de koffers klaar staan voor vertrek, bedenk ik me ook wat een spullen allemaal mee moeten. We hebben een grote koffer met kleding en een grote (grote!!) tas met beddengoed, klamboe en weet ik niet allemaal voor spullen, zoals een matje voor naast heb bed (niks zo vervelend als uit bed stappen op koude tegels vind ik) en lampjes op zonne-energie.

Mijn – zeer oude laptopje- gaat ook mee, net zoals wat tijdschriften en wat boeken (je moet toch wat in je hangmat ;-)) en ik heb een halve apotheek mee, evenals een setje voor noodvullingen in het geval van tandproblemen en een uitgebreide EHBO-set, inclusief hechtmateriaal, waarvoor ik de afgelopen maanden ook heb leren hechten.

Mega-doos met spullen voor Suriname...
Halverwege juli is er al een mega-grote doos verzonden naar Suriname (hopelijk is die er op tijd!). Vanaf thuiskomst heb ik een lijstje gemaakt wat allemaal nodig zou zijn om het één en ander op te knappen en ik heb minutieus de aanbiedingen in de gaten gehouden van de bouwmarkten, Ikea en andere winkels. Gedurende de afgelopen maanden heb ik van alles en nog wat verzameld om de meest belangrijke klusjes te klaren.

Milieuvriendelijke (spuit)verf, rollers, tape, douchegordijn en roede, wc bril, Intex frame zwembad (J - een beetje luxe kan geen kwaad), matjes voor de deur, schoenenrekje, plakfolie met houtmotief (om alle meubels een beetje zelfde uiterlijk te geven) en meer lampjes op zonne-energie en LEDs op batterijen. Zijn zomaar wat dingen die in de doos zijn gegaan.

Halverwege juli plakte ik de doos helemaal dicht (met drie rollen verpakkingstape!) en ging hij te Amsterdam op de boot naar Paramaribo, waar hij op 2 augustus al is aangekomen en ik dus hoop dat hij de 9e bezorgd kan worden op mijn adres.

Om het kleine kamertje dat nog niet geruimd is, te kunnen ruimen heb ik in Paramaribo twee kasten laten maken bij een stichting genaamd ‘Una Pikin’. Ik ben er een voorstander van om degelijke dingen aan te schaffen en het is helemaal mooi als je daar een goed doel mee kunt steunen.  Afgelopen week zag ik terloops een berichtje over de door hen te maken boekenkast ‘Luciën’ en het waren twee witte exemplaren; dat waren die vast die ik heb besteld! Ik hoop het, want ze zien er prachtig uit! Ik heb er ook een schommelstoel besteld, het lijkt me heerlijk om in die lome zomeravonden in de schommelstoel (manlief pikt vast de hangmat in) een boekje te lezen.

Mijnheer Kibrifasi heeft aangegeven dat hij ons komt ophalen vanaf Zanderij, hij heeft mij gevraagd of ik alsjeblieft een haring mee zou kunnen nemen (dat mist hij zo en ze hebben het niet in Su). Nu weet ik dat ik geen dierlijke producten mee mag nemen, maar ik ga toch stiekem een poging wagen. Ik heb twee haringen gekocht vandaag bij één van de consumentenbond winnaars  en vacuüm laten verpakken; in een bakje met een koelelementje gaan ze mee in de koffer.

Nu nog een nacht onrustig slapen en dan stappen we morgenochtend om half tien in de taxi naar Schiphol, inclusief een maximale bepakking!



Nonlogica en 'lik-me-reet' attitude op het consulaat

Na enkele weken (ik doe nu even aan fast-forwarden op de blog) de deuren en ramen controleren en de autodeuren gelijk op slot doen nadat ik de auto ben ingestapt, neemt de angst af en neemt het leven weer normale (nou ja) vormen aan.

De week nadat ik terug was uit Su heb ik een afspraak met de notaris gemaakt om de verklaring van erfrecht te regelen en heb ik bij de rechtbank de erfenis onder beneficiaire aanvaarding laten registreren. Ook ging ik naar de gemeente Katwijk om het overlijden aan te geven bij het GBA. Mijn oom is overleden op de 24e, maar omdat ze ‘m pas gevonden hebben op de 29e, zijn alle papieren ook getekend op die datum. De officieuze sterfdatum is dus de 24e januari, maar de officiële sterfdatum de 29e.

Die verklaring van erfrecht wordt nog wel een dingetje, want daar zitten -in dit geval- wel wat onderzoeken aan vast. 

De notaris adviseerde me zoveel mogelijk zelf te doen; wat overigens achteraf een verkeerd advies was. Je kunt blijkbaar (en ivm privacy maar goed ook) nergens papieren opvragen. Alleen het opvragen van informatie of er een testament was geregistreerd in Nederland bij het testamentenregister kon ik zelf. 

Er was overigens geen testament. In eerste instantie gaf dat een vreemd soort opluchting; er was immers ook niks vastgelegd voor 'vriendin', maar al snel kwam ik er achter hóe lastig het afhandelen van een nalatenschap dan wordt, omdat er dan dus van alles uitgezocht moet worden.

Normaliter is een erfenis vrij eenvoudig; echtgenoot, partner of kind(eren)  erven en dan is het klaar. Ik ben echter een nichtje, dus dan moet er eerst een gedegen nabestaanden onderzoek worden gedaan; behalve in Nederland dus óók in Suriname. 

Eerst dus in Nederland een onderzoek. Akte van scheiding toont aan dat er geen vrouw is, akten van overlijden van beide grootouders tonen aan dat mijn opa en oma (en dus zijn ouders) dat die er ook niet meer zijn, het GBA geeft aan dat er geen kinderen zijn en zijn broer (mijn vader) heb ikzelf een verklaring van erfrecht. De Nederlandse afdeling is dus snel op orde, maar de Surinaamse kant is een stuk lastiger....

Het testament register in Suriname, vereist dat je een stamboom overlegd om deze op te vragen. Na eerst een aantal pogingen per mail gedaan te hebben, zonder enig antwoord te krijgen, toog ik dus vol goede moed naar het consulaat van de Republiek Suriname in Amsterdam, met de hele papierhandel die ik had. Ik wachtte keurig mijn beurt af (ook hier weer verschillende loketten, waarvan één voor betalingen).

En toen kwam het meest briljante moment: om een stamboom op te vragen, heb ik een verklaring van erfrecht nodig en jawel; die verklaring krijg ik pas als ik ook heb aangetoond dat er geen testament (of nageslacht) is in Suriname. Ik heb dus een stamboom nodig voor die verklaring, maar die verklaring voor de stamboom.

De dame keek me een beetje meewarig aan toen ik het haar voorlegde.  Vervolgens vroeg ze me of ik alle papieren kon mailen. Maar toen ik haar vertelde dat ik dat reeds meerdere malen had gedaan, zei ze droogjes dat de mail het niet altijd deed. Dus; om dingen hier te regelen moet je ze mailen, maar de mail doet het niet (altijd) en om een stamboom te krijgen moet je een verklaring van erfrecht hebben, waarvoor ik een stamboom nodig heb. Gewéldige logica!

Toen ik het nogmaals uitlegde, zei de dame dat ze misschien wel een contact had dat kon helpen. Een bureau dat stamboomonderzoek doet voor Indiase immigranten. Ik werd verzocht weer even in de wachtruimte plaats te nemen.
Terwijl ik daar wacht, zie ik een gehandicapte man op krukken, die een fotohokje in stapt om voor zijn paspoort (of visum) foto’s te laten maken. Hoe hij hier in het consulaat is belandt, is al een huzarenstukje. Het consulaat is namelijk gevestigd in een garagebox onder een villa en heeft geen ‘rolstoelramps’ of een lift. Hij moet behoorlijk wat moeite hebben gedaan om hier te komen.

Ik hoor in het hokje dat de man een briefje in de geldgleuf doet en dat het briefje herhaaldelijk terugkomt. Vervolgens komt de man weer het hokje uit. En ‘krukt’ naar de betaalbalie. Let wel; een balie waar mensen met veel contant geld betalen voor onder andere toeristenkaarten en visa. Het is ongelooflijk om de vrouw, die overduidelijk geïrriteerd is dat ze van haar ‘momentje’ af wordt gehouden (wat het ook moge zijn), te horen zeggen dat de automaat alleen gepast geld aanneemt en vervolgens de man, wanneer hij vraag een tientje te wisselen voor twee vijfjes, enkele straten verderop verwijst naar een bank.

Ik zie de man moedeloos kijken. Normaliter zou een persoon die niet van Amsterdam komt en dus moet gaan zoeken naar een bank al de moed in de schoenen zinken en er de “P” in hebben dat ze op een balie waar duidelijk wel de middelen zijn, niet willen helpen. Maar in het geval van deze man is het wel het toppunt van ‘lik me reet’-gedrag van het consulaat.

In mijn gedachten zie ik hem weer de trap op ploeteren, een bank zoeken op zijn krukken en dan weer de trap af ploeteren.

Helaas heb ik zelf ook geen tientje wisselgeld, maar ik heb nog wel 5 euro bij elkaar. Ik geef de man het geld, hij wil me er het tientje voor teruggeven, maar ik stel dat Karma alles op zijn tijd zal goed maken.

Ik zie de dame bij de balie op een ‘talk-to-the-hand’ manier kijken naar het tafereel, terwijl ik haar een belerende blik toe werp.

Inmiddels hoor ik de andere dame vanachter het glas naar mij roepen. Ze heeft een post-itje met een mailadres er op, waar ik een stamboomonderzoek kan proberen te laten doen en zo verlaat ik ongedaan ter zake, maar een hele ervaring rijker, het consulaat van de Republiek Suriname.

Is het uiteindelijk gelukt? Jawel. Eerst heeft de dame van All Vidya onderzoek gedaan en de uitschrijving (nav het overlijden) kunnen opsturen; een stamboom was niet beschikbaar omdat mijn oom helemaal niet als ‘Surinamer’ was ingeschreven.

Nadat ik de notaris had aangegeven dat ik geen testament kon opvragen; ik had immers geen stamboom. Heeft deze een notaris in Suriname gecontacteerd en via die weg alsnog kunnen achterhalen dat er geen testament was.

Begin juli kon ik dan eindelijk de verklaring van erfrecht ophalen en er gelijk een apostille op laten zetten (teken van echtheid voor in het buitenland). Ik ben dus qua papierwerk dan eindelijk compleet en kan eindelijk de banken vragen naar ‘slapende tegoeden’ en de verzekeraars vragen om een onderzoek naar eventuele verzekeringspapieren, maar – ook belangrijk- ik heb mijn kwartet compleet om in de kluis te kunnen J.

dinsdag 1 augustus 2017

Een bruine boterham met kaas, een warme douche en....angst?

Potverdriedubbeltjes! Het is inderdaad koud in Nederland. Toen ik naar Suriname ging, had ik gewone – niet eens superdikke- kleding aan en een zomerjasje. Ik hield rekening met dat het in Suriname een stuk warmer kon zijn (al bleek mijn kleding bij aankomst alsnog veel te warm!), maar nu ik terug kom, is diezelfde kleding – die toen warm genoeg was, nu veel te koud.

Manlief heeft gelukkig de verwarming in de auto hoog opgestookt en ook de stoelverwarming al aangezet. Ik ben zo blij hem weer te zien. Ik ben wel vaker langer weg van huis, voor congressen, voor cursus of werk, maar nog niet eerder ben ik zo blij geweest dat ik weer terug ben.

Bij thuiskomst moet hij helaas gelijk weer naar zijn werk en blijf ik alleen in huis achter. Ineens overkomt met het gevoel van angst. Angst om alleen thuis te zijn. Ik trek de gordijnen wat dicht van alle ramen, draai de luxaflex van de keuken dichter en loop alle deuren na en doe ze op slot.

Ik stap eerst onder de – warme!- douche en blijf er zeker twintig minuten onder staan (ja, ja, ik weet ‘t; niet echt milieuvriendelijk…), daarna trek ik mijn meest favoriete warme trui aan en ik maak voor mezelf een bruine boterham met lekkere oude kaas. Terwijl ik die eet, overkomt me dat gevoel van angst weer. Ik loop weer alle deuren na en controleer of ze op slot zitten.

Ik probeer wat te slapen, in de vlucht terug heb ik erg weinig geslapen. Ik neem me eigenlijk altijd wel voor om tijdens de vlucht te slapen, maar het lukt nooit goed en nu maalden mijn gedachten ook nog eens door mijn hoofd. Wat er allemaal is gebeurd de afgelopen weken, wat er allemaal nog geregeld moet worden, Herta en Streep die ik achter heb moeten laten – gaan die wel goed terecht komen?

Diezelfde gedachten heb ik nu ik thuis ben ook. Zou vriendin weten waar ik woon? Wat als ze kwaad in de zin heeft en hier ineens op de stoep staat om verhaal te halen….

Ik ben blijkbaar toch uiteindelijk in slaap gevallen, want ik schrik wakker van gestommel. Ik zit rechtop in bed en luister aandachtig. Gelukkig blijkt het afkomstig van de buren. Maar slapen kan ik niet meer.

Dan maar wat mails verwerken en alvast een lijstje maken van wat er allemaal geregeld moet worden… “melden bij het GBA”, “Verklaring van erfrecht”, “stamboom”, “erfenis onder beneficiaire (no way dat ik zuiver ga accepteren). Eerst maar eens google-en op ‘erfenis buitenland’ en wat info inwinnen over hoe dat aanvaarden over beneficiaire gaat. Hoe zit dat eigenlijk met het aanmelden bij het GBA?

Ik hoor gemorrel aan de deur… mijn god… het zou toch niet???

Dan hoor ik de sleutel in het slot en hoor ik “vrouwtje!!!’… ik relax weer wat en ik zie dat het tijd is voor mijn hubbie om thuis te komen. Gelukkig, ik ben niet meer alleen…. Het is toch wat, wat zo’n ervaring met je doet….